category image

Mays Holiday

Het enige, ieniemienie piccolissomo nadeeltje aan het hebben van een familievakantiehuis in Italië is dat je algauw elke vakantie naar dezelfde plek gaat en de herinneringen zich zo aan elkaar rijgen. Daarom proberen we of via een andere luchthaven aan te vliegen en zo met de auto een ander deel van Italia te ontdekken of, zoals deze keer, een vakantie in de vakantie te boeken. De vakantieversie van het Droste-effect, zal ik maar zeggen.

Dat kan zelfs gewoon in dezelfde straat. We zoeken een mooie masseria, pakken een koffertje in, reserveren voor het diner en gaan ontzettend vakantie vieren in eigen buurt. Deze zomer deden we dat bij een masseria om de hoek (die het inderdaad best apart vond toen we vertelden dat ons eigen huisje exact zes minuten verderop lag), dit keer kozen we Torre Coccaro, het hotel horend bij de strandtent waar we minstens een keer per vakantie lunchen. Inderdaad, wij zijn nogal van de tradities.

Geliefde had een fles Bellini meegenomen (mijn lievelings, samen met crackertjes van Pavese, ik zou er hier op kunnen leven) en voor ik het wist zat ik met mijn meisjes in bad terwijl hij het glas vulde. Daarna wandelden we over het domein en eindigden we aan de bar. Ik besefte dat er toch een andere fase was aangebroken. Holde ik gisteren nog achter duplo en Bugaboos aan, vandaag zat ik gewoon met man en meisjes aan de bar. Zij aan een ice tea, wij aan de gin-tonic. Ze flirtten nog net niet met de ober, maar dat gebeurt waarschijnlijk de volgende vakantie, zo vrees ik.

Tijdens het diner bleken we bediend te worden door Jack, dezelfde ober die onze zomerse lunches kleurt. Hoe lang we al wel niet bij hem kwamen, hoe groot de meisjes waren geworden en hoe we het allemaal wel zomer kunnen kíjken.

Ik deelde een bordje met mijn lief (tagliata met rozemarijn en aardappeltjes uit de oven zoals ze ze alleen hier kunnen maken) en deel een toetje (ik eet nooit toetjes maar als ik de menukaart lees, verandert mijn ruggengraat in een paling).

Ik geloof dat ik eerder in slap val dan mijn dochters een kamer verderop en we beloven plechtig dat we deze traditie erin zullen houden.

De volgende dag willen we naar een tropisch zwemparadijs. Of iets met zwemmen en verwarmd water want het water bij ons is zo koud dat je er in een versteende versie van jezelf uit komt.

Ik bel en zoek en speur tot ik bij de piscina communale van Ostuni terechtkom. Hoe lang ik wil zwemmen, vraagt de meneer aan de andere kant van de lijn. ‘Nou, een paar uurtjes, max een halve dag.’ Hij lijkt zich te verslikken. Zo gaat dat niet. Ik hoor iets over abonnementen, zwemlessen, diploma’s halen en verzekering. Dat we alle ‘patente’ in Nederland hebben gehaald (waterland hè, alle kinderen zwemmen vanaf hun vijfde) maakt geen enkele indruk. Dit is Italië en er wordt geen uitzondering gemaakt op de regels.

Als ik, een beetje geïrriteerd, uitleg aan mijn meisjes waarom we niet kunnen zwemmen, zegt mijn jongste: ‘Ze houden gewoon heel veel van kinderen in Italië. Waar het het zwembad betreft dus misschien iets te veel.’

Italië kan gewoon niet stuk bij ze, zelfs niet als we dat zwemmen moeten uitstellen tot mei.