category image

Real Life: mijn man heeft corona door mijn minnaar

vrouw met handen in haar haar

Madelief (38) bracht door haar affaire haar man in gevaar. Ze voelt zich oneindig schuldig door de situatie.

‘Ik zie Bas sinds het begin van dit jaar. Het begon tijdens een klassenborrel. Iedereen zat binnen, maar wij roken allebei en sneakten naar de grote tuin. Het was heel gezellig, we staken de een met de ander aan en toen Bas een fles wijn uit de keuken van de organiserende moeder had gepakt en twee glazen hadden wij niets meer nodig.

Natuurlijk kwam ik hem de volgende dag tegen toen ik de hond ging uitlaten en nou ja, voor ik het wist zat ik bij hem op de bank. Bas is gescheiden en woont in het centrum van Breda, wij wonen er net even buiten, in zo’n typisch buurtje waar alleen maar gelukkige gezinnen wonen. Beter gezegd: gezinnen die gelukkig lijken. Want zo leuk is het bij ons niet. Mijn man heeft een bipolaire stoornis (die diagnose is alleen door mij gesteld want hij weigert een arts te bezoeken), dus de ene keer is het allemaal geweldig en de andere week sluit hij zich vier dagen op. Als hij dan al iets tegen me zegt, is het onaardig.

Als ik soms van een afstand naar mezelf probeer te kijken, vind ik het vrij treurig allemaal. Een man waar ik niet op kan bouwen, twee allerliefste kinderen die meer verdienen dan dit en echt een verkeerd beeld krijgen van wat een huwelijk zou moeten zijn en ikzelf die een minnaar heb. Maar het is zoals het is. Ik wil mijn man niet in de steek laten om een ziekte en scheiden lijkt me voor de kinderen nog veel erger. Stel dat ze precies de slechte week bij hem moeten doorbrengen?

Dus ja, dan maar een minnaar. Na een uurtje Bas kan ik weer een week aan, hoe slecht die ook is. Even koffie drinken samen, een glas wijn. En ja, ook even heel fijne en liefdevolle seks. Op een appje van Bas kan ik een dag teren. Ik voel hoeveel hij om me is gaan geven en hoe ik weer de zon in zijn leven breng. Ik heb wel eens gelezen dat elke vrouw recht heeft op haar geheim. Laat dit dan mijn recht zijn.

In de begintijd van corona besloten Bas en ik elkaar even niet te zien. We appten en hadden zelfs wel eens stiekem telefoonseks. Best lastig voor elkaar te krijgen met een thuiswerkende man en dus ben ik gewoon met mijn auto naar een rustig plekje in de duinen gereden om daar te videobellen met Bas. De things you do for love… Of voor wilde seks.

Maar op een gegeven moment hielden we het allebei niet meer. We besloten allebei een test te doen. Was die negatief, dan konden we los. Maar ja, hoe lang is zo’n test geldig? Eigenlijk alleen zolang je niemand anders ziet. In theorie kun je vijf minuten later wel besmet raken. Maar dat wilden wij natuurlijk allemaal niet weten, niet zien en niet horen. En dus rommelden we op de oude voet verder.

Tot ik een appje kreeg van Bas. Of ik tijd had om even rustig te bellen. De kou sloeg me in de keel. Hij wil het uitmaken, dacht ik. Nee, dat was het niet, zei hij. Maar we konden elkaar even niet zien. Bas had corona. Ik vroeg wanneer hij het gekregen dacht te hebben. Wij hadden elkaar de dag ervoor nog gezien.

De paniek sloeg toe. Moest ik nou mensen gaan bellen en informeren? En wat moest ik dan zeggen. “Mijn minnaar heeft corona en aangezien ik gisteren nog ontzettend met hem tekeer ben gegaan, is de kans redelijk aanzienlijk dat ik je zou kunnen besmetten.” NO WAY José dat ik dat zou zeggen. Ik zou het ook van, ik noem maar een dwarsstraat, de benzinepomp kunnen hebben gekregen dus de groeten. Ik wist van niets. Ik vond het alleen vreselijk dat ik Bas nou tien dagen niet kon zien.

Ik besloot een rondje te wandelen om alles even in te laten dalen, stuurde Bas een lief appje en beloofde dat ik de volgende dag een tasje met lekkere dingen voor zijn deur zou zetten en ging naar huis, naar mijn man.

Die was benauwd en zat als een hoopje ellende op de bank. Mijn man is wat ouder en heeft best een paar kilootjes teveel, dus hij behoort tot de risicogroep. Ik pakte meteen de thermometer. 39,5. Ik versteende. Dit kwam door mij. Door Bas. Maar dus door mij. Ik had de vader van mijn kinderen in gevaar gebracht. Mijn man werd slechter en slechter en dus gingen we naar de huisarts. Ondertussen appte ik met Bas hoe hij zich voelde. Bas was oké. Redelijk oké. Vergeleken bij mijn man enorm oké.

De huisarts reageerde zorgelijk. Waar waren we geweest? Waar had de besmetting kunnen ontstaan? We zeiden dat we het echt niet wisten. Dat hij altijd enorme afstand bewaarde en kijk eens naar zijn handen: stukgewassen.

Toch wilde de arts dat hij werd opgenomen. Niet op de IC, maar ‘gewoon’ in het ziekenhuis. Dus nu zit ik thuis. Schuldig en alleen. Het liefst zou ik nu naar Bas gaan. Die besmetting heeft toch al plaatsgevonden. Maar als ik dat doe, ga ik echt kotsen. Van mezelf.’

In deze ongewone tijd vroegen we mensen om hun eerlijke verhaal. Om anderen niet te kwetsen zijn de namen van Madelief en Bas aangepast.