category image

Real life: “Mijn zus is sportverslaafd”

vrouw aan het sporten op een matje thuis

Mijn zus Fleur (30) is altijd vrij sportief geweest. Ze speelde op hoog niveau hockey en was het type dat altijd liever op de fiets sprong dan dat ze de auto nam. Maar de laatste tijd neemt het toch wel schrikbarende vormen aan. Maar zij ontkent, want sporten is tenslotte goed voor je, zegt ze.


‘Ik begon in te zien dat het niet helemaal normaal was toen we samen een weekendje in Parijs waren. Natuurlijk loop je veel op zo’n dag, maar zij checkte om de minuut haar stappenteller en had ondertussen haar Nike Run-app aanstaan die vertelde wanneer we weer een kilometer hadden gewandeld. Ook wilde ze per se minder dan acht minuten over een kilometer doen, maar sorry, dan kun je echt niet lekker winkelen. Toen ik een opmerking over die app maakte, ik werd er namelijk een beetje nerveus van, zei ze hem uit te zetten want we liepen zo langzaam dat het slecht was voor haar gemiddelde. Vond ik niet helemaal de goede reden, maar oké. Na een etentje in het zesde arrondissement wilde zij per se naar het hotel lopen. Ik had blaren en vier glazen wijn gedronken dus ik vond het wel welletjes (bovendien had ik die dag al 16.000 stappen gezet) en dus ging ik voor de taxi. Zij niet. Toen ik in de taxi stapte, zag ik haar die app weer aanzetten en als een snelwandelaar de straat uit benen. Ze kwam echt veel later in het hotel dan er voor die wandeling staat dus ik weet zeker dat ze nog een extra wandeling heeft gemaakt om haar daggemiddelde op te krikken.

Een andere keer hadden we samen meegedaan aan een bootcampdag. Ik houd namelijk ook best van een beetje sporten. Maar toen ik ’s middags even langs haar huis fietste, zei haar vriend dat ze vijftien kilometer ging rennen met een vriendin. Mijn mond viel een beetje open, want wij hadden die ochtend al zes kilometer gerend, een kilometer gezwommen en daarna nog een les bootcamp en een yogales gedaan. Ik was kapot, maar zij ging door.

Ik heb haar gezegd dat ik vond dat ze best heel erg veel sport en dat stuitte op een vreselijke ruzie. Dat ik gewoon jaloers was omdat ik veel minder wilskracht had dan zij, of ik liever wilde dat ze twee flessen wijn per dag zou drinken, dat ze een spiegel was voor mijn eigen gedrag. Uiteindelijk heeft ze het telefoongesprek beëindigd en hebben we elkaar een week niet gesproken.

Nu blijft het onderwerp sporten een beetje ongemakkelijk tussen ons bungelen en overweeg ik haar vriend te bellen om te vragen hoe hij de situatie ziet. Al ben ik bang dat als ze daar achter komt, ze nog bozer wordt. Ik weet ook wel: een spuit heroïne in je arm is duizendmaal erger, maar het obsessieve in haar gedrag stemt me zorgelijk.’

In deze ongewone tijd vroegen we mensen om hun eerlijke verhaal. Om anderen niet te kwetsen is de naam van Fleur aangepast.