category image

Waar 1 op de 5 vrouwen zich GEEL aan ergert

May-Britt achter het stuur in een Renault

Heus, ik heb de leukste man denkbaar. De beste deksel op mijn potje in alle opzichten. Een van de duizend plussen is dat hij altijd rijdt. Het hele stuk. Zonder morren of knikkebollen. Bij een lange tocht schenkt hij zelfs een glas wijn voor me in. Rijdend uitgaan noem ik dat. Beetje muziek draaien, om me heen kijken, een kletsje, slokje, mijmeren. Geluk.

Zijn rijbehoefte is maar goed ook, want als hij naast me gaat zitten op de bijrijdersstoel, dan ontstaat er ineens een heel andere dynamiek. Gisteren bijvoorbeeld. Ik moest hem ophalen (lang verhaal, gedoe, maar het was aardig van mij dat ik vijftien kilometer met de baksteen op het gaspedaal naar hem toe kwam). Hij stapt in. Bellend. Ik verbreek mijn gesprek, want dat was op de carkit en dat tettert door hem heen. Bovendien belde hij ‘voor werruk’ en ik privé. So far so good. Ik besloot op het parkeerterrein dat veertig meter verderop lag netjes om te keren. Maar dat ging meneer niet snel genoeg. Tijdens zijn gesprek keurde hij me een klein blikje waardig en maakte even een draaiende beweging met zijn vingertje. Iets van een U-turn maken en wel onmiddellijk, denk ik.

Mijn medicijn in situaties als deze? Gewoon mijn eigen plan trekken, zachtjes doorrijden (ik rijd ook altijd veel te zacht volgens hem) en als hij vraagt hoe het met me is, gewoon even dat draaiende vingerbeweginkje maken.

Een beetje snuffelen in onderzoeken wijst uit dat 70 procent van de mensen zich stoort aan het rijgedrag van hun partner.

Uit ander onderzoek bleek dat 21 procent van de mensen liever zonder zijn partner rijdt. Laat ik het zo zeggen: tot die groep behoor ik niet. Maar ik zit dan wel liever aan de rechter- dan aan de linkerkant. Met koffie en een krantje in de hand. Zo.