category image

De T is van Tenerife

tenerife

Denk jij bij Tenerife aan altijd lekker weer, maar ook aan een boulevard vol inwisselbare restaurants met menukaarten in zes talen en met bij elk gerecht een passende foto? Dat dacht ik dus ook. Tot ik een Française tot chef bekroonde die mijn anker qua smaak in vele opzichten werd en die mij vertelde dat ze elk jaar een weekje naar Tenerife toog.

Vanwege de lekker-weer-garantie, maar ook omdat het er fijn was. De natuur ongerept en weids, de dorpjes klein en snoezig en het eten vanzelfsprekend verrukkelijk.

Waar ik dan toch moest zijn, vroeg ik haar. En dat vertelde ze me.

1. Het noorden
Her noorden en de binnenlanden van het eiland zijn het minst toeristisch. Daar is ook het natuurpark Teno van meer dan acht hectare groot. Met de auto naar Santa Cruz (een stadje dat op de Werelderfgoedlijst van Unesco staat) vond ze ook geweldig. “Kun je meteen wandelen in die beeldschone laurierbossen.” Daarna móest ik dan richting zee koersen en een vers visje prikken op het strand van Benijo (of bij Roque de las Bodegas, dat mocht ook) en dan bijvoorbeeld slapen in de herberg Montes de Anaga. Anaga zelf is ook een plaatsje zo mooi dat je je schetsblok tevoorschijn wil toveren om het vast te leggen.

En wat doe ik dan nog meer, in zo’n weekje? Mijn zin begon steeds sterker te worden. Ze ging er even goed voor zitten. Naar La Orotava natuurlijk. Dat stadje stamt uit de zestiende eeuw en heeft prachtige huizen van adellijke families. Ook was het de set van verschillende films, zo prachtig is het.

En oh ja, natuurlijk moest ik naar Garachico, ook zo’n oud prachtig plaatsje waar je je vooral tussen de locals begeeft. Het ligt aan de kust, heeft niet echt een strand (wel een vulkanisch strandje), maar in Garachico kun je dan weer in natuurlijke zwembaden zwemmen die ooit door een vulkaanuitbarsting zijn ontstaan. En daar in Garachico is dan weer een te leuk hotel: boutiquehotel San Roque.

Toen droeg ze me op pen en papier te pakken en dit op te schrijven:
Casa de la Miel, Casa de los Balcones, Puerto de la Cruz, Punta del Hidalgo en Icod de los Vinos.

En dat bij een temperatuur die het hele jaar tussen de 20 en de 30 graden ligt. Als we weer mogen ga ik. En ik gok dat ik dan iets langer dan een week blijf. Jij?