category image

De andere Tina, Gaia Aikman, zingt je richting de regenboog

Gaia Aikman als Tina Turner

Dus ik zou nog een keer naar Tina, de musical gaan. De vierde keer. Dit keer om te kijken naar Gaia Aikman in de rol van Tina te kijken. Ik had al een corrigerend tikje gekregen van procudent Stage Entertainment toen ik Gaia de invalster van Nyassa noemde. Nyassa Alberta heeft weliswaar de hoofd-Tina, maar de rol is zo zwaar dat hij onmogelijk acht keer per week door één persoon gespeeld kan worden en daarom zijn er meerdere Tina’s. En die zullen je net zo hard omverblazen en richting de regenboog tillen als Nyassa, werd mij verzekerd. Ik reed heus met zin naar het Utrechtse Beatrix Theater, want ik houd van deze musical. Maar of ik hem net zo goed zou vinden als met Nyassa, dat betwijfelde ik. Iemand vinden met haar ‘strot’ is ongeveer net zo moeilijk als je Hermès-oorbel terugvinden op het strand van Wijk aan Zee, maar hé, we gaven het het voordeel van de twijfel.

De zaal had er zin in. Ze klapten al hongerig bij de dampende beat van ‘Simply the best’, waarmee de voorstelling opent. De rug van Gaia was net zo gespierd als die van Nyassa en ondanks het feit dat Nyassa fysiek ook echt erg op Tina lijkt, werd Gaia voor mij na een paar scènes ook Tina. Haar ogen huilden net zo hard mee als haar stem als ze door bleef zingen terwijl Ike haar bedroog met andere vrouwen. Zelfs haar vingers vertelden een verhaal. Ze vonden hun weg in de hand van Erwin die uiteindelijk haar grote liefde werd, ze streelden haar zoons die ze achter haar rug verstopt hield om hem te beschermen voor de losse handen van Ike. Gaia verovert het podium, versmelt met de band. Ze lijkt net zo blij te zijn het publiek te zien als wij om haar te bewonderen. Je ziet een podiumdier en dat is niet zo gek. Als ik naar links kijk, zie ik mijn meisjes. Mijn jongste kruipt een beetje tegen me aan, mijn grotere exemplaar lacht zachtjes als ze me weer met mijn vingers langs mijn ogen ziet wrijven. Ondanks het feit dat ik deze musical nu voor de vierde keer zie, blijft hij me raken. Misschien zelfs nog wel meer.

Gaia Aikman is ook niet zomaar een musicalster. Ze was – en is – de enige persoon die zowel de kleine Nala speelde in The Lion King en jaren later gecast werd voor de grote Nala. Ze stond op West End, oftewel het Mekka van Musicalland, deed stoelen draaien bij The Voice en trainde lichaam, stem en geest aan de Lucia Marthas Academie. Los van haar zang- en danskwaliteiten (wat mij betreft allebei een dikke 9,5) vond ik haar intens goed spelen. Haar spreekstem, haar houding. Het werd nooit koddig of overacted, maar vloeide. Ik vermoed zelfs dat ze in de coulissen waar ze zich voorbereidt op een volgende scène nog steeds Tina en niet Gaia is.

De terugweg verliep volgens een inmiddels beproefd post-Tina-recept: googelend en de liedjes opzoekend. Is er ooit opgezocht wie de receptionist is die de gevluchte Tina zonder geld toch een kamer in zijn hotel aanbood? En oh, Tina en haar manager Rhonda Graam zijn inderdaad hun hele leven bevriend gebleven en och, wat droef: Rhonda is vorig jaar overleden. Ondertussen vraagt mijn jongste of Tina echt nog steeds met Erwin Bach getrouwd is (opluchting na mijn bevestiging) en verzucht ze dat ‘Aik’ beter ‘Aikel’ had kunnen heten.

Als ik de auto ons parkje oprijd, stel ik toch maar de vraag. Wie vonden we beter: Nyassa of Gaia? We zijn er niet over uit. Of wel. Een hele dikke ex aequo, oftewel allebei even fabelachtig fantastisch.

Wil je ook naar Tina? Ik raad het je enorm aan want oh zo makkelijk te bereiken per ov en auto en een van de beste musicals die ik ooit zag, dan kun je hier je kaartje bestellen.

Beeld Gaia Aikman: Roy Beusker

BY May-Britt Mobach
Jongleert doordeweek met kinderen en laptops, vermoedt een serieuze shopverslaving en probeert lichtelijk obsessief latte- en wijngebruik van zich af te schudden door overmatig veel te sporten.
Afbeelding van May-Britt Mobach