Amayzine

De grootste kledingblunder in The Cotswolds

By
Idyllisch Cotswolds landschap met vrouw in lamswol trui, illustreert de British countryside dresscode.

Dit is de periode waarin we massaal lijken te verlangen naar de British countryside, oftewel de Cotswolds. Ik was er vorig jaar tijdens de kerstvakantie en het leek Saint-Tropez wel, zo druk was het er. Filerijden door beeldige The Holiday-achtige dorpjes en wachten tot je aan kon schuiven voor een hot chocolate in zo’n charmant theehuis met beslagen ruitjes. Voor iedereen die dit jaar niet naar de Cotswolds kan gaan, raad ik je de Substack van Plum Sykes aan; dan ben je er in ieder geval in gedachten. Zij neemt je mee in de codes van de Cotswolds: wat je wel en vooral niet moet doen. En vooral dat laatste luistert nauw, want wil je er een beetje bij horen in The Cotswolds, dan hangt daar een fijnbesnaarde dresscode bij.

De stille oudgeld-dresscode van de Cotswolds

Belangrijk is, zoals wel vaker bij Europese oudgeld-bestemmingen, dat het er niet gelikt uit mag zien. Money talks, style whispers, onthoud dat. Daarom rijd je bij voorkeur in een oude Range Rover die op z’n minst een laagje modder op de velgen heeft. Je look mag niet te gestyled zijn, dus vooral niet te matchy-matchy en al helemaal niet bezaaid met logo’s. Een gaatje in je trui van een overijverige mot is dan weer totaal geen probleem. Oud geld koestert de kleding en een gaatje door slijtage is eerder een blijk van liefde voor je kledingstuk. Je juwelen bewaar je daar voor feestelijke gelegenheden; overdag draag je hooguit je trouwring, maar bling blijft verder braaf in de kluis.

Materialen die wél kloppen in de Cotswolds

Waar je Cotswolds-koninginnen aan kunt herkennen is aan lamswol (want dat houdt de mens warm in koude kastelen) en tweed. Tweed is een grove wollen stof, genoemd naar de rivier de Tweed waar de stof voor het eerst werd geproduceerd. Het houdt je warm en kan de brute Britse weersomstandigheden moeiteloos aan.

De grootste kledingfout: de spijkerbroek

Maar wat de grootste faux pas is die je kunt maken in The Cotswolds, en ik vrees dat ik dit misstapje ook heb begaan tijdens onze trip, is het dragen van een spijkerbroek. Althans, als je een beetje als een local voor de dag wil komen. In de Britse countryside draag je tweed of in ieder geval kleding in natuurtinten, want een spijkerbroek schrikt de dieren af waar je misschien wel op zou willen jagen. En nu zeg jij: maar ik ga toch niet jagen? Dat doet er niet toe; je kleedt je desalniettemin accordingly.

Waarom jeans onpraktisch zijn in de Britse countryside

Bovendien kan een jeans een stuk minder goed tegen regen, en zoals je helaas ongetwijfeld uit eigen ervaring weet (fietsen naar de middelbare school in de regen), droogt een spijkerbroek tergend langzaam. En in Engeland wil het nog wel eens plenzen. Wat zeg ik: soms regent het niet. Dus die jeans, die bewaar je lekker voor thuis, maar naar de Cotswolds mag hij liever niet mee.

En zal ik je dan nog even een tip geven uit eigen ervaring. Probeer, als je er nog terechtkunt, te slapen bij The Bull in Burford of in ieder geval moet je via de achterkant van The Bull door het paadje lopen waar ze aan weerszijden minstens dertig kerstbomen hebben neergezet en waar een nisje is waar je een brief aan de kerstman kunt versturen.

Ik werd over The Bull gesouffleerd door mijn lieve vriendinnen van Van Gelder Jewellery. Dus ik dook meteen op Booking en binnen drie minuten was het geregeld. Om het echt zeker te weten, surfde ik nog even naar Bart’s Boekje, want ik wil eigenlijk altijd alles wat zij heeft voor de lakmoesproef. En wat las ik daar? “Mes op de keel, dan moet The Bull toch wel een van mijn topfavorieten zijn. 1. Honden welkom. 2. OVERAL knap behang, beeldige gordijnen, prachtige kussens en mega lieve mensen.”

Dus als jij wel naar The Cotswalds gaat, zonder spijkerbroek, stuur je me dan een kaartje vanuit The Bull?

Beeld: Kaylee Rae