Wat zeg je wel en niet tegen een vriendin met een eetstoornis

Kies het juiste moment
Niet fijn: “Waarom eet je dit niet gewoon op?” (Tijdens het eten, met de hele vriendengroep aan tafel)
Wel fijn: “Zullen we straks even samen wandelen? Ik wil iets met je bespreken.”
Het begint al van het uitkiezen van een goed moment. Eten is al een stressvolle tijd voor iemand met een eetstoornis. Voeg er een lastig gesprek aan toe en het wordt er niet gezelliger op. Ga er daarom lekker samen op uit, het liefst een-op-een. Zo is er amper sprake van afleiding en kun je zonder judgement even echt praten.
Benoem wat je ziet
Niet fijn: “Je eet echt ongezond, dit moet stoppen.”
Wel fijn: “Ik merk dat je de laatste tijd vaak maaltijden overslaat en ik maak me een beetje zorgen.”
Door meteen een oordeel te vellen kan iemand zich al snel aangevallen voelen en een muurtje om zich heen bouwen. De nadruk wordt dan erg gelegd op wat er ‘mis’ is, in plaats van dat je laat zien dat je je zorgen maakt. Geef aan wat er aan je vriendin is veranderd en hoe dit op jou overkomt. Niet fysiek, maar in haar persoonlijkheid en gewoontes natuurlijk. Zo blijft er meer ruimte over voor een gesprek in plaats van een aanvallende en een verdedigende partij.
Durf ook iets van jezelf te laten zien
Niet fijn: “Ik snap precies wat je bedoelt, ik heb dat ook wel eens als ik me dik voel.”
Wel fijn: “Ik herken het wel een beetje, dat onzeker zijn over jezelf.”
Zeggen dat je iemand ‘’precies snapt’’ is eigenlijk nooit handig. Je weet nooit volledig wat iemand voelt (tenzij je zelf een eetstoornis hebt gehad) en waarom, al helemaal niet bij iemand met een eetstoornis. Deze woorden kunnen haar laten voelen alsof je haar niet serieus neemt. Haar laten zien dat ze niet de enige is daarentegen kan jullie gesprek juist soepeler laten lopen.
Plak er geen label op
Niet fijn: “Volgens mij heb jij anorexia.”
Wel fijn: “Ik zie dat je het moeilijk hebt met eten en met jezelf.”
Veel mensen met eetgestoord gedrag tikken niet alle hokjes van bijvoorbeeld anorexia of boulimia aan. Hierdoor kunnen ze gaan twijfelen of ze zich niet aanstellen. Bovendien zijn diagnoses voor mensen die jaren hebben lopen zwoegen op de studie geneeskunde, niet voor vrienden. Door het open te houden, nodig je iemand uit om zelf te delen wat er speelt en staat er niet meteen een punt achter. En waarschijnlijk wil je vriendin helemaal geen label op zich geplakt krijgen.
Praat vanuit jezelf
Niet fijn: “Jij doet echt raar de laatste tijd.”
Wel fijn: “Ik maak me zorgen om je.”
Wanneer je iemand aanspreekt met ‘jij’, klinkt het al snel als een beschuldiging. Die wijzende vinger kan ervoor zorgen dat iemand zich aangevallen voelt en in de verdediging schiet. Door de ik-vorm te gebruiken laat je zien dat het om jouw gevoel gaat en niet haar acties. Alles voor die veilige sfeer.
Bied hulp aan, maar forceer absoluut niets
Niet fijn: “Je moet echt naar een psycholoog, dit gaat zo niet langer.”
Wel fijn: “Hoe kan ik je helpen?” of “Ik wil best met je meegaan als je met iemand wil praten.”
Hulp opleggen werkt vaak averechts. Iemand moet zelf klaar zijn om hulp te accepteren, anders heeft het allemaal geen zin. Door te laten zien wat mogelijk is en met iemand te zijn, geef je steun zonder die nare druk. Dat maakt de kans groter dat iemand die spannende stap uiteindelijk wel durft te nemen.
Check jezelf
Niet fijn: “Ik word hier echt gek van, waarom doe je zo moeilijk?”
Wel fijn: “Ik wil er voor je zijn, ook al snap ik het misschien niet altijd.”
Frustratie is begrijpelijk (al helemaal als ze niet mee wil naar dat ene nieuwe restaurant), maar als dat het meeste doorschijnt gaat je vriendin zich nooit begrepen voelen. Ze had de eetstoornis ook liever niet gehad en haar gedrag komt dus niet uit onwil, maar uit iets diepers. Door je een beetje in te lezen (zoals je nu aan het doen bent) is het makkelijker om haar gedrag te plaatsen en begripvol te reageren. Laten zien dat je er voor haar bent zonder oordeel is oh zo belangrijk. Komt dat stukje vertrouwen weer kijken.
Blijf hoopvol (ook als het maar duurt)
Niet fijn: “Je zit hier al zo lang in, wanneer houdt het een keer op?”
Wel fijn: “Ik geloof echt dat het beter kan worden, ook al voelt dat nu misschien niet zo.”
Herstel van een eetstoornis kan lang duren en gaat vaak met ups en downs. Door dit soort uitspraken kan iemand zich schuldig of nog erger hopeloos gaan voelen. Hoopvolle woorden geven juist kracht en zetten dingen in perspectief. Het laat zien dat jij gelooft in herstel, ook als zij dat even niet doet.
Accepteer dat ze misschien nog niet klaar is
Niet fijn: “Als je nu geen hulp zoekt, hoeft het voor mij ook niet meer.”
Wel fijn: “Als je er ooit over wilt praten, ik ben er.”
Niet iedereen is meteen klaar om hulp te zoeken of überhaupt te erkennen dat er een probleem is. Druk zetten kan ervoor zorgen dat ze jou buiten spel zet en dat is het laatste wat je wil. Soms is geduldig blijven precies wat nodig is om later alsnog die stap te zetten.
Let op je eigen doen en laten
Niet fijn: “Ik moet echt op dieet.” of “Als jij jezelf al dik vindt, wat vind je dan wel niet van mij?”
Wel fijn: “Waar heb je zin in om te eten?”
Opmerkingen over gewicht of diëten zijn een van de grootste triggers. Zo kun je haar negatieve gedachten in minder dan een seconde verdubbelen. Je hoeft niet meteen om alles eten heen te draaien, neutrale taal is al goed.
Een eetstoornis is ingewikkeld, grillig en vaak moeilijk te begrijpen van buitenaf. Maar jouw aanwezigheid, geduld en oprechte interesse kunnen het verschil maken. Steun zit niet per se in perfect geformuleerde zinnen, maar ook gewoon in het laten merken dat je nergens heen gaat. Je hoeft haar niet te repareren. Je hoeft er alleen maar te zijn. En probeer in vredesnaam niet te forceren.



