Kreeg je nog maar stress van je werk

Ben ik al oud genoeg om ‘vroeger was het beter’ te roepen? Jammer dan, ik doe het toch: vroeger was het beter. Vroeger, om meteen maar even duidelijk te maken waar dit over gaat, kreeg je namelijk gewoon stress van je werk. Superhandig, stress van je werk, want dan kun je eindeloos de schuld geven aan je werkgever die maar niet normaal doet en elke keer weer nieuwe taken op je bord schuift, of die rare klant die steeds meer belachelijke eisen gaat stellen, of die mails die om 11 uur ‘s avonds nog binnenkomen omdat Gijsbert van de administratie nog iets zit bij te werken in Excel. Stress van je werk snappen we allemaal een beetje, het is normáál zelfs, tegen wil en dank. Hoe is je nieuwe baan? Ja leuk, maar wel druk hoor. Druk druk druk. En iedereen lacht naar je want ze weten: met jou gaat het goed.
Maar ik zei al, dat was vroeger. Want vroeger kreeg je namelijk stress van je werk. Niks leuks aan natuurlijk, stress, maar wel overzichtelijk: er was een oorzaak (werk), er was een oplossing (iets met ander werk of je werk anders doen) en er was iemand die je daarbij kon helpen (arbo-artsen en vertrouwenspersonen en lieve mensen van HR). Maar zet de klok even met me mee naar vandaag. Wie krijgt er nog stress van werk?
Ik weet nog toen ik net voor mezelf begon, dat ik allemaal welgemeend advies kreeg over de zogenaamde work-life balance: werk niet teveel, betekende dat vooral, want werk kost energie en die energie moet je dan weer opladen in de andere helft van de ‘balance’. Ik weet nog dat ik dat toen al raar vond (want hoezo is werk geen leven en hoezo kan werk geen energie opleveren?) maar de afgelopen jaren ben ik die hele balans nóg raarder gaan vinden.
De meeste mensen krijgen namelijk helemaal geen stress meer van hun werk, maar van alles daaromheen. Grote maatschappelijke thema’s duwen je de hele dag de stress in, want wonen is duur en oorlog is dichtbij en AI neemt het over, maar vooral lijkt er een heel nieuw strijdtoneel te zijn ontstaan de afgelopen jaren, waar we allemaal in zekere zin door beïnvloed worden: de oorlog in onszelf, tussen wie we zijn en wie we volgens onszelf zouden moeten zijn. Dáár krijg je pas stress van.
Vroeger was persoonlijke ontwikkeling iets van je werk. Beetje bijleren over leidinggeven of communiceren en hup, je werd ergens manager. Er bestond een soort ongeschreven code over zelfoptimalisatie en feedback en daarmee maakte je dan stappen op een onzichtbare carrièreladder van status en geld. Je was een soort onbenoemde projectmanager van je eigen ambitie.
Het lastige is alleen: die projectmanager ben je nog steeds, alleen nu de héle tijd, overal. We knielen niet meer in kerken, maar voor stappentellers, ochtendroutines, microdosing, looksmaxxing en podcasts over high performance. Zelfs rust moet tegenwoordig rendement opleveren. Een wandeling moet goed zijn voor je zenuwstelsel. Meditatie moet je productiever maken. Seks moet helend zijn. Vakantie moet transformerend zijn. We zijn niet langer moe van het werken zelf; we zijn er moe van dat alles werk is geworden.
Bedenk je maar eens: wanneer moest je voor het laatst even helemaal niets van jezelf? Niet scrollen. Niets leren. Niets helen. Niets manifesteren. Niet reflecteren op je patronen terwijl je een glutenvrije matcha drinkt of de volgende pilatesles afraffelt. Gewoon: niets. Alleen al het idee daaraan jaagt je misschien meer angst aan dan een volle werkweek. Want als het daadwerkelijk stil wordt, wie ben je dan nog?
Dat is het geniepige van deze tijd. De fabriek zit niet meer buiten ons, maar ín ons. We zijn tegelijk werknemer, manager én strenge beoordelaar geworden. Altijd ergens achterlopend op de versie van onszelf die we denken te moeten zijn. Zelfs “jezelf zijn” is veranderd in een verbetertraject. Ben je al genoeg jezelf? Geen wonder dat niets doen zo ongemakkelijk voelt. Want wat ben je waard als je even niks produceert?
Kijk eens hoe we over onszelf praten. “Ik moet zichtbaarder worden.” “Ik moet aan mijn personal brand werken.” “Ik moet mezelf blijven ontwikkelen.” Alsof een mens een startup is die nooit af mag zijn. Zelfs kinderen krijgen al de boodschap dat stilstand verlies is. Ondertussen verlangen we massaal naar rust, terwijl we leven volgens een systeem dat rust wantrouwt. Want een mens die tevreden stil op een bankje zit, koopt minder, vergelijkt minder en is moeilijker op te jutten. Misschien voelt niets doen daarom zo spannend: het is een kleine vorm van ongehoorzaamheid geworden, een fuck you naar een opgejaagde samenleving.
Ik weet, het is een beetje vechten tegen de bierkaai en roepen in de woestijn, helemaal op een website zoals dit vol mooie spullen en glamoureuze verhalen, maar ik geloof het nu eenmaal zo sterk: wat als het allemaal niet hoeft? Als het gewoon okee is, precies zoals het nu is. Als jij gewoon okee bent, precies zoals je nu bent. Laat ze lekker gaan met al die geoptimaliseerde gekkigheid. Zij de stress, jij de rest.
Over de auteur
David de Kock en Arjan Vergeer, auteur van dit artikel, zijn de oprichters van 365 Dagen Succesvol. Al meer dan 13 jaar begeleiden zij honderdduizenden mensen naar meer vreugde, verbinding en innerlijke rust. Ze schreven meerdere bestsellers en hun Peace of Mind Podcast wordt wekelijks door tienduizenden mensen beluisterd. In hun nieuwste boek Peace of Mind delen ze de vijf principes van innerlijke vrede, met inzichten en oefeningen die je leven direct lichter en liefdevoller maken. Recent lanceerden ze ook de Peace of Mind Meditations, waarbij juist niet het stil krijgen van je hoofd centraal staat, maar het loslaten van de behoefte om iets te moeten veranderen.



