Waarom maken oortjes met draad hun comeback

Gisteravond stapte ik de trein in en nam plaats in een vierzitter, schuin tegenover een meisje. Met muziek in haar oren verzonken in haar eigen wereld. Wat me meteen opviel? Haar oortjes met draad. Even later zag ik er nog één. En nog één. Toen dacht ik: excuse me… zijn draadoortjes weer terug?
Die van mij kocht ik toevallig een paar weken geleden uit pure paniek uit een vendingmachine bij de universiteitsbibliotheek, nadat ik mijn AirPods ergens ben kwijtgeraakt tussen straat, kamer of mijn tas vol prul. Ik zag ze als een tijdelijke dip-oplossing. Maar inmiddels draag ik ze zelf alweer weken.
Van CEO naar ChAOs
Jarenlang waren draadloze oortjes het toppunt van leven op orde hebben. Geen kabels, geen gedoe, sleek doosje erbij, tikje op je oor en je voelde je ineens CEO van je eigen leven. Totdat dat doosje leeg is. Of je linker oortje verdwenen is. Of ze ineens niet verbinden terwijl jij al haast hebt en er geïrriteerd op staat te tikken. Misschien is dat het moment waarop het oude draadje ineens weer heel tempting wordt.
Ze raken minder snel kwijt, hoeven niet opgeladen te worden en doen het gewoon meteen. Geen bluetoothdrama, geen batterijstress, geen ochtend verpest door technologie. Gewoon inpluggen en gaan. Heerlijk eigenlijk.
Gen Z loves a throwback
Dat oude krijgt sowieso weer glans. Kijk maar naar vinylplaten, compactcamera’s en klaptelefoontjes. Alles wat ooit afgeschreven leek, krijgt ineens een tweede leven. Ik heb het idee dat Gen Z alles van vroeger(voor andere generaties: nostalgie) weer cool weet te maken.
Met draadoortjes is dat precies zo. Het heeft dat oude iPod-gevoel, een vleugje 2008, maar dan op een leuke manier. Een zichtbaar snoertje langs je jas, een beetje nonchalant. Ik quote mijn zusje, ook Gen Z’er: “Jongens met draadoortjes hebben aura.” Haha, levend bewijs dus dat zo’n snoertje zelfs iets doet voor je imago.
Het geruststellende draadje
Er speelt ook nog iets anders mee. Sommige mensen voelen zich fijner bij bedrade oortjes, simpelweg omdat die geen bluetoothsignaal uitzenden. Belangrijk detail daarbij: volgens onderzoeken is de straling van draadloze oortjes extreem laag en niet schadelijk volgens de huidige veiligheidsnormen. Het grootste risico blijft vooral een te hard volume.
Toch snap ik die gedachte ergens wel. Soms wil je gewoon honderd procent zeker weten dat iets niets doet, en dan voelt zo’n ouderwets draadje ineens verrassend geruststellend.
Ben je geen oortjespersoon en zweer jij bij een goede koptelefoon op je hoofd? Ook daar dook laatst iets opvallends over op. In recent onderzoek werden in veel headphones en earbuds zorgwekkende stoffen gevonden, zoals BPA en andere chemische stoffen in kunststoffen. En nee, het ging niet alleen om vage onbekende merken van ver weg. Ook namen als Sony, Samsung, Bose en JBL kwamen voorbij.
Geen reden om gillend je koptelefoon uit het raam te gooien, want over de exacte impact wordt nog volop onderzoek gedaan. Maar het zorgt er wel voor dat mensen nét iets kritischer kijken naar wat ze dagelijks uren in of op hun hoofd dragen.
Terug van weggeweest
Anywaysss, dit artikel is niet bedoeld om je bang te maken of je AirPods per direct in de gracht te gooien.
Maar om de vraag te beantwoorden: waarom maken oortjes met draad een comeback? Simpel. Ze zijn betaalbaar, raken minder snel kwijt, hoeven niet opgeladen te worden, werken meteen en geven sommige mensen net wat meer rust. Gooi daar een snufje Gen Z-nostalgie, een old school iPod-vibe en blijkbaar ook nog wat extra aura bovenop… en je hebt je antwoord.
Soms wint niet het nieuwste product, maar het product dat chill werkt. En soms… hangt daar dus een draadje aan.



