EEN DAG, ZAL IK DE NACHT BLIJVEN...
Mijn laatste keer in Parijs, ik zou de volgende dag een halve marathon lopen met mijn vriendin Madieke. We wilden elkaar de volgende ochtend bij de start ontmoeten (we sliepen allebei in verschillende hotels met onze moeders). Maar het was moeilijk om elkaar te vinden tussen de andere veertigduizend deelnemers. We vonden elkaar niet bij de start, noch bij de finish. We belden elkaar huilend op, in de stromende regen (emoties lopen een beetje hoog na twintig kilometer), en besloten ergens onder de Eiffeltoren af te spreken. Dat bleek ook onmogelijk. Er waren zoveel mensen. Madieke ging haar trein halen, terwijl ik nog een nacht bleef. Ik verdronk mijn verdriet in stijl met cocktails en moederlijke troost bij The Mandarin Oriental, een gloednieuw top hotel aan de Rue Saint-Honoré. En het was ook nog eens modeweek, dus vooraan zitten was nog nooit zo makkelijk geweest. Georgio Armani dronk wat wijn in de lobby terwijl Sylvie Meis en Danie Bles net vertrokken. We hadden een gin tonic met een schijfje komkommer. Hendricks Gin. Mijn favoriet.
Het was dat ene accessoire dat de absolute finishing touch was. Een yogamat van Hermès.
‘Hoeveel zou een kamer hier kosten, mam?’ Misschien leuk om hier met vriendinnen te verblijven. Mijn spieren voelden te stijf om naar de receptie te lopen om het te vragen. ‘Duizend euro madame,’ zei een lieve Franse meid in een scherp gesneden Hugo Boss-pak. Halleluja! Ik móest een van de kamers zien. Zou de duizend euro per nacht echt merkbaar zijn? Ik zag een ongelooflijke slaapkamer, met wolken als kussens, verse bloemen op het ebbenhouten bureau, een aparte inloopkast en een badkamer om voor te sterven. Maar het was dat ene accessoire dat de absolute finishing touch was. Ik keek naar het majestueuze bed, of, om preciezer te zijn, naast het bed, en daar was het. De yogamat. Een yogamat van Hermès. En dat maakte de kamer onbetaalbaar. Ik was verkocht.



