MAY’s CIVILIZED TRAITS
Op weg naar huis dronk ik een blikje cola light. Toen het leeg was stootte ik een klein boertje uit. Sorry, ik ben ook maar een mens. Verrassend genoeg vond ik mezelf ‘sorry’ zeggen, hardop. Tegen wie? Waarom deed ik dit? We lijken ons meer beschaafd te gedragen dan je zou verwachten.
Zelfs als je alleen bent. Ridicuul.
Mensen maken me hierom belachelijk. Wanneer ik rondrijd in een parkeergarage en ik sla een hoek om, geef ik een signaal. Ik weet niet waarom ik dit doe, maar ik krijg het niet uit mijn systeem.
Wanneer Liesbeth haar huis verlaat, zegt ze altijd: “ Doei Disco. Tot vanavond.” En als ze van plan is om ergens anders de nacht door te brengen, zegt ze: “Tot morgen Disco.” Als ze vergeet gedag te zeggen, gaat ze terug, zelfs als ze alle drie de trappen moet opklimmen. We hebben het hier over een kat. Om dat maar even duidelijk te maken.
Een slok rechtstreeks uit de fles of uit de karton nemen als je alleen bent. Het kan goed voelen, maar ik doe het niet. Zelfs niet als er wat yoghurt aan de rand van de karton zit. Ik gebruik mijn vinger en lik dan mijn vinger. Dat is iets, toch?
Ik zou ook graag mijn armen over elkaar willen slaan, maar dat zou niet veilig worden geacht in een auto. Ik zou ook willen zeggen: “Het was niet ik. Eerlijk.” De politie rammelt nog steeds aan mijn kooi, zelfs na al die jaren.
Dit gaat vooral over Liesbeth. Ze maakt elke dag haar bed met militaire precisie. Ze laat haar bed luchten terwijl ze onder de douche staat, sprayt dan een speciale bedparfum en maakt haar bed, strak als een teek.
Sorry dat ik intiem ben hier, maar ik stap nooit uit mijn onderbroek. Ik gooi ze in de wasmand of op de vloer, maar ik draai ze om. Er zijn nooit vlekken als zodanig, maar als die er waren, zou je ze niet zien. Ik zei het je, ik ben een beetje een Miss Tidy.



