Ik weet het nog goed. Een grote houten kar met kleine gouden wieltjes. Als je er mee over de keitjes reed (want dat was de vloer van het restaurant) maakte het een hoop kabaal.
Op de kar lag kaas. Veel kaas. Geit, schaap, koe, hard, zacht en nog zachter uit een bakje. Dagen zat ik thuis te ploeteren op de namen en smaken. Ik had het al weken uitgesteld om het niet te hoeven doen. Als een gast kaas bestelde voor het dessert, bedacht ik altijd een grote smoes om het een collega te laten serveren. Zoals: ‘Ik moet die andere tafel nog indekken’, ‘Ik geloof dat ik opeens heel nodig naar het toilet moet’, of ‘Er zitten daar een paar andere gasten enorm te zwaaien, dus ik ga daar even heen’.
Ik heb er zelfs nog wel eens over gedroomd. Het geluid van die rollende kar. Zwetend werd ik wakker.
Kijk, het éten van kaas, daar kun je me voor wakker maken. Maar het uitleggen van wat er allemaal op zo’n kar ligt, wat voor smaak, waar het vandaan komt: een nachtmerrie. Nu ik er over nadenk voel ik het schaamrood weer naar boven komen. Dat kreeg ik dus ook altijd al bij voorbaat, als ik met die kar naar een tafel dreigde te moeten rijden. Ik geloof dat ik het één keer werkelijk heb geprobeerd en toen doodleuk vertelde dat een kleine, zachte époisses naar staal smaakte. Naar STAAL. Hoe ik er op kwam, geen idee.
Tegenwoordig, als ik zelf een kaasplankje bestel en ik zie in mijn ooghoek een stagiaire of een jong iemand van de bediening op me aflopen met het bordje in zijn trillende handen, krijg ik het zelf ook meteen weer Spaans benauwd. Ik probeer diegene dan niet aan te kijken, maar vooral lachend naar de kaas te knikken. Echt waar, dat helpt. Ik vond het zelf ook verschrikkelijk wanneer gasten me aandachtig in de ogen staarden, terwijl ik iets probeerde uit te leggen.
Dit was mijn angst-voor-kaas verhaal. Toch houd ik er ook ontzettend van. Ik weet het, van kaas word je niet dun. Nu bestaat er geen voedsel waarvan je dun wordt, maar hiervan wordt je ècht niet dun. En toch, geef mij op een zaterdagavond een plankje met vacherin Mont d’Or, brie truffé, pecorino, bleu d’Auvergne en een glas wijn, dan maak je mij een gelukkig mens. Fuck dat dun zijn dan ook.

Hier kun je kaas eten:
Wilde Zwijnen
Eén van mijn lievelingsrestaurants van de stad. Hier eet je alleen Hollandse kazen.
Bar Boca’s
Perfect voor de vrijdagmiddag borrel.
De Kaaskamer
Je hoeft natuurlijk niet uiteten voor een goede kaasplank. Ga bijvoorbeeld op zaterdagmiddag langs deze winkel. Laat je vooral alles uitleggen en proef. Zeker weten dat je met een tas vol naar buiten gaat. Heerlijk op de bank. Met een glas wijn.