LEVENSBLUNDERS

Waar is dat gat in de vloer als je het nodig hebt?

Op het moment zelf wil je het liefst sterven of tenminste in een gat in de vloer verdwijnen maar later, dan lachen we erom. En hard ook. Daarom op deze vrijdag de ergste blunders uit eigen ervaring. En die van vriendinnen.

Laat ik met mezelf beginnen. Ik had een vriendin met wie de vriendschap een beetje was verwaterd. Al maanden had ik haar willen bellen, maar dat kwam er niet van waardoor het belmoment steeds moelijker werd. Je kent het wel.

Ik werkte in die tijd bij Sanoma waar in die tijd de vrouwen in Hoofddorp ‘woonden’ (lucky us) en de mannen in Amsterdam zaten.

Een paar keer had ik hem gezien, maar kon ik een ontmoeting voorkomen

Op een goed moment werden de mannen bij ons in Hoofddorp geplaatst (ik kan je vertellen dat de kerstfeesten een stuk minder belegen waren vanaf dat moment) onder wie toevallig de vriend van die vriendin die ik al maanden moest bellen. Een paar keer had ik hem gezien, maar kon ik een ontmoeting voorkomen door net even de andere kant op te kijken. Maar toen hij de koffiecorner stond waar ik ook naar op weg was, dacht ik: nu moet het maar eens afgelopen zijn. Niet lafbekken, gewoon groeten die man.

De jongen in kwestie heeft wat nonchalant rommelig haar, is een klein beetje stevig en ziet er erg leuk uit. Ik ging naast hem staan en kriebelde zachtjes aan zijn hand. Zo van: kijk eens wie hier naast je staat.

Hij draaide zijn hoofd naar mij. Wat bleek? Het was niet de man van mijn vriendin maar de hoofdredacteur van Playboy die ik daar even in zijn ogen ontzettend suggestief aan zijn hand stond te kriebelen. Ik stamelde dat ik dacht dat hij iemand anders was, je weet wel, die en die. Waarop hij én een beetje beledigd was (want die was veel dikker) maar als ik dat heel prettig vond, mocht ik hem best even kriebelen. Oh jongens, hoe gênant.

Een andere vrij pijnlijke situatie was toen ik met een modevriendin, een kapper en een zwangere vrouw toevallig in de bar van het Hilton belandde. De kapper was inderdaad wat vrouwelijk, halflang haar, goed gekleed, verfijnd gesticulerend, je kent het type wel.

Weet je wie hier net bij mij aan de kassa stond?

Na een uurtje ging hij even naar de wc. “Wat een nicht zeg”, zei mijn modevriendin. “En hij zei nog dat hij een kind verwacht. Geloof ik echt niet.” De zwangere vrouw in ons gezelschap had nog niet zoveel gezegd. Dit leek haar een goed moment om haar mond te openen. “Hij is niet gay hoor. En hij krijgt inderdaad een kind.” Ze wees naar haar zwangere buik. “Ons kind.”

Een oude vriendin van mij is Mirjam de Graaff, de zus van Bart de Graaff. Voor de jongeren onder ons, Bart was presentator die leed aan een nierziekte waardoor hij een nogal apart uiterlijk had. Hij was klein, had best grote oren en een vrij rimpelig gezichtje. Ik hield van Bart en vond dat hij het allerleukste hoofd had, maar echt heel knap, dat was hij niet. Mirjam en Bart gingen op een dag naar de supermarkt. In de rij bij de kassa kwam Mirjam erachter dat ze de melk was vergeten. “Reken jij maar vast af en loop maar naar de auto, dan kom ik er wel achteraan met de melk.” Zo gezegd, zo gedaan. Bart was al uit zicht toen Mirjam bij dezelfde caissière kwam. “Weet je wie hier net bij mij aan de kassa stond?” De caissière was nog vol van haar ontmoeting. “Bart de GRAAFF!” ging ze verder. “ En die is KLEIN!” “En LELIJK!” Mirjam liet een kleine stilte vallen om haar revanche te nemen. “Klein, lelijk en… mijn broer.”

Die arme, arme caissière. Ik denk dat ze de schok nooit te boven is gekomen.

Moraal van het verhaal; bega je een blunder, troost jezelf. Je bent niet alleen.

BY May-Britt Mobach
Jongleert doordeweek met kinderen en laptops, vermoedt een serieuze shopverslaving en probeert lichtelijk obsessief latte- en wijngebruik van zich af te schudden door overmatig veel te sporten.
Afbeelding van May-Britt Mobach