Fun & Famous

ER WAS EENS…

Een bizar duur rokje dat niemand aan wilde…

Een jaar of wat geleden ging ik met Renske op uitnodiging van Chanel naar Parijs. We sliepen in Le Meurice (een hotel zo mooi dat je verpest bent voor je leven als je daar eenmaal hebt geslapen), zagen Karl zelf voor ons tafeltje langshuppelen en verkeerden in een vergevorderde staat van een vijfsterrenbestaan.

We gingen er zowaar zelf van denken dat we Kim Kardashian-achtige budgetten tot onze beschikking hadden en gingen met een creditcard die kopjes gaf in onze portemonnee shoppen in de Rue Saint-Honoré. We waanden ons echte Parisiennes. Ik was zwanger, dus broeds, dus nog kooplustiger dan normaal, dus ik sleurde Rens mee naar een van de mooiste kinderkledingwinkels van Parijs. In de etalage had ik een rokje zien hangen van Sonia Rykiel. Een zwart, wijduitlopend pettycoatje met daarop strikjes geborduurd. Zo beeldig, dit was perfect voor mijn oudste meisje.

We waanden ons echte Parisiennes.

In de winkel gluurde ik heel voorzichtig en geniepig in het rokje op zoek naar het prijskaartje. Da’s namelijk helemaal niet chic natuurlijk, maar goed, we blijven Nederlanders en ergens in een uithoek van mijn verwende lichaam wist ik heus wel dat ik me deze luxe zelf allemaal niet kon veroorloven. Afijn. Wat zag mijn oog. 55 euro. Een koopje dus. Voor niets. Te geef. Te grijp. Dat rokje zat dus onder mijn arm geklemd toen ik verder ging op mijn rooftocht. Ik vond nog een T-shirt van Christian Dior met meisjes erop getekend in vrolijke jurkjes en jasjes. Dat kostte dan 120 euro, maar hé, dat was dan ook van Dior. Rokje en shirtje gingen mee naar de kassa.

“Trois cent quatre-vingt-huit euro’s s’il vous plaît”, zei de cassière. Nu vind ik dat ‘quatre-vingt’ altijd ontzettend ingewikkeld in het Frans, want ik bedoel, verzin gewoon iets Frans voor ‘tachtig’, maar dat is blijkbaar moeilijker dan elke keer ‘vier keer twintig’ zeggen en mij aan het rekenen zetten en me op een dwaalspoor brengen, want eerlijk gezegd heb ik dan geen idee wat ze zeggen, maar iets in me zei dat dit gebrabbel meer betekende dan de 120 + 55 die ik zelf zo bij elkaar had uitgerekend.

Dus in mijn beste Frans bracht ik in dat het rokje maar 55 euro kostte en de mevrouw dus echt, geeft niets, kan de beste overkomen, een rekenfoutje had gemaakt. Lang verhaal iets korter: ik had dus niet naar het prijskaartje van het rokje, maar naar het kaartje van het maillotje dat eronder zat gekeken. Vijfenvijftig euro voor een maillot. Dat is toch van de gekke, of niet? Maar ik deed wat jij ook had gedaan. Ik blikte niet, ik bloosde niet, knipperde niet met mijn ogen, nam een hap lucht en sjeesde mijn kaart door die gleuf. Ondertussen excuses zoekend.

Ik had twee dochters en er kwam een derde aan. Die 260 euro die dat rokje dus kostte (tweehonderdzestig euro, tweehonderdzéstig euro) kon ik gevoeglijk door drie delen en zo kwam ik op 86 euro per meisje. Nog steeds behoorlijk aan de prijs, maar goed, dit kón ik verantwoorden.

“Ik vind hem prachtig, maar ik doe ‘m niet aan”

Opgewonden kwam ik thuis met het rokje in kwestie. “Lieverd, ik heb een echte Rykiel voor je uit Parijs…” Mijn dochter bekeek het rokje en draaide zich om. Niet haar smaak. Had ik kunnen weten. Geen zorg, dan wacht ik op nummer twee. Toen middelste meisje eindelijk de rokwaardige leeftijd had, nam ik haar mee naar de geheime kast waarin het rokje lag opgeborgen. “Mooi mam, maar dat kriebelt.” Kans verkeken, over en uit.

Alle ballen op nummer drie. Zij moest het goedmaken voor haar zussen. Toen zij deze lente eindelijk de lengte en leeftijd had voor De Rok, mocht ook zij mee naar de magische kast. “Kijk eens wat ik voor bijzonders heb…” In spanning wachtte ik haar antwoord af. “Ik vind hem prachtig (zij zegt ‘plachtig’), mam…” Hèhè, eindelijk had ik beet. “Maar ik doe ‘m niet aan.”

Inmiddels doet de rok dienst als lampenkap. En goed beschouwd is ‘ie voor een lampenkap waar er maar één van is best aardig geprijsd. Wat zeg ik: spotgoedkoop.