Fashion

HOE DE BIRKIN BAG BIJNA IEMANDS CARRIÈRE VERWOESTTE

Post-May_-Birkin-Bag

De koningin onder de tassen is natuurlijk de Birkin. Of de Kelly. Allebei van huize Hermès. De tassen hebben magische gedaanten om veel redenen. Eén: ze zijn gierend duur. Voor een beetje tas moet je denken aan 8000 euro. Tenzij je ‘m in krokodil of slangvariant wil, dan loopt de prijs zomaar op tot een eurootje of 20.000. Er is er zelfs een voor 90.000 euro verkocht (kijken?), maar die was dan ook wel reuzeknap beschilderd.

 

Een tweede zeer bepalende factor in deze heilige hebberigheidsgraal is de wachtlijst. Het is heel normaal dat je een jaar duimen moet draaien voordat jouw geliefde tas klaar is. Nu heb ik weleens horen fluisteren dat Hermès de types die ze liever niet met hun waar zien pronken (denk rijke Russen zonder smaak of ik-trek-de-kaart-van-mijn-machtige-man-wel-even-types) een extra lange wachttijd geven. Een soort ontmoedigingingsbeleid. Maar rijke vrouwen die alles kunnen kopen zijn dol op wachtlijsten. Ze zijn niet gewend ergens om te smeken en te smachten, dus dat maakt de tas, net als een onbereikbare liefde, extra aantrekkelijk. Helemaal als ze daarbij nog een register kunnen opentrekken van invloedrijke vriendinnen die haar kunnen helpen aan nummers van mensen die mensen kennen bij Hermès waardoor ze dan toch die tas eerder kunnen bemachtigen dan de rest van het gepeupelte.

 

Omdat ik nog niet in de gezegende situatie ben dat ik op een zonnige zaterdag kan zeggen: “Doe mij een Hermèsje” (die op de foto leende ik van een gefortuneerde vriendin), heb ik het perfecte excuus. Je kunt namelijk altijd zeggen dat je ‘m te zwaar vindt. Want dat is ‘ie. Hij is namelijk ook aan de binnenkant met een leerlaag bestikt waardoor hij extra zwaar is. Echt, als jij je afvraagt waardoor al die rijke vrouwen toch van die gespierde bovenarmen hebben, weet je nu het antwoord. Het is de Birkin.

“Echt, als jij je afvraagt waardoor al die rijke vrouwen toch van die gespierde bovenarmen hebben, weet je nu het antwoord.”

Maar het slotakkoord van mijn lievelingsboek van de week ‘Primaten van Park Avenue’ gaf ons maar weer een laatste excuus waarom jij zonder Hermès door het leven gaat. De schrijfster was gezwicht voor de riten van de moeders van Park Avenue en kocht zichzelf ook een Birkin. Inclusief de wachtlijst, de connecties en de hele shebang.  Maar aan het eind van het boek (spoiler), als ze inmiddels alweer naar Upper West Side is verhuisd, vertelt ze ook dat ze de Birkin heeft moeten opgeven. Nee, dat had niets te maken met dat de tas niet past bij de dresscode aan de andere kant van Central Park.

 

De schrijfster worstelt al weken met een verdoofd gevoel in haar onderarm. Ze kan niet meer typen, toch best lastig voor een schrijfster, en heeft de beste artsen van New York al bezocht. Als ze met haar man mee is op zakenreis naar Parijs (rijmt), houdt ze het niet langer en klopt ze op de poort van een chique Parijse dokter in het zesde arrondissement. De vrouwelijke arts hoort haar aan als Wednesday (de schrijfster) haar vertelt dat ze niet meer kan typen van de pijn, bekijkt haar van perfect geblondeerde kruin tot Charlotte Olympia-ballerina en zegt in haar precies-zoals-je-het-hebben-wilt-Franse-accent: “Ietz ze Birkin or ze wraiting. You choozuh.”

 

P.S.: Niet dat ik nu echt genezen was van mijn ooit-wil-ik-een-Hermès-wens. Ik overwoog serieus om Wednesday Martin een e-mail te sturen en haar een goed bod te doen. Is er misschien een, Franse, dokter in de zaal?