Happy & Healthy

IK BEN KALINKA, NIET

‘DE VROUW VAN’

vrouw-van

Ik was toe aan een nieuw paspoort. Hevig gedateerde en onflatteuze foto, beduimeld kaftje en een geldigheidsdatum uit de prehistorie – daar kom je nergens meer mee. Bij de balie van het betreffende stadsdeelkantoor bestelde ik een gloednieuw identiteitsboekje. “Wilt u ook de naam van uw man in uw paspoort vermelden?” vroeg de dame achter de balie. Mijn ogen vernauwden zich en met de lach van een bezetene beet ik haar een “Waarom zou ik dat in godsnaam willen?” toe.

 

Ik ben ik, dat is punt. Wie ik ben is niet afhankelijk van met wie ik getrouwd ben of met wie ik het bed of huis en haard deel. Toen ik trouwde was ik dan ook pertinent niet van plan zijn naam aan de mijne vast te plakken. Waarom zou ik? Ik ben al een miljoen jaar met mijn eigen naam op aarde geweest en dat is mij tot dusver goed bevallen. Mijn naam, mijn identiteit. Ik veranderde niet door een boterbriefje en ik zie dus ook niet de noodzaak van een extra of andere naam in, of het op die manier wereldkundig maken van het wettelijke verbond dat ik met iemand gesloten heb.

 

Dat kun je heel onromantisch vinden, maar er zit hier een pijnpunt. Je kunt mij ontzettend narren door mij ‘de vrouw van’ of ‘de vriendin van’ te noemen. Het voelt alsof je slechts andermans appendix bent, en niet zelf iemand. En al is mijn lieftallige vent een veel grotere coryfee dan ik – althans in bepaalde kringen; de man heeft een goed beluisterde internetradioshow op Red Light Radio – betekent dat niet dat ik in zijn schaduw leef of hetzelfde denk, doe en voel als hij. Wie hij is en hoe hij zich gedraagt definieert niet mijn karakter. Wij zijn totaal anders. Hetzelfde geldt natuurlijk omgekeerd. Hoe lullig is het als hij kennismaakt met iemand die hem dan meteen wegzet als ‘de man van’, zonder verder echt naar zijn naam te luisteren?

Het voelt alsof je slechts andermans appendix bent, en niet zelf iemand.

Je kent het vast; het is vooral op feestjes aan de hand. “Oh, ben jij nou de vriendin van Reggie?” Of, als je nog geen vijf seconden staat te praten met een onbekend gezicht op een bruiloft, de onvermijdelijke vraag: “En bij wie hoor jij?” Bij mezelf, ik hoor bij mezelf. Liefdesrelaties komen en gaan. En al is elke relatie anders, haalt de een het slechtste in je naar boven en een ander het beste, ze maken je niet tot een wezenlijk ander persoon. En hoewel het kan voelen alsof iemand je aanvult, een ander is nooit de vervolmaking van jou als persoon. Je was zelf al iemand, geen blanco identiteit die opeens karakter krijgt door het hokken met een ander. Echt niet, al lijkt het of sommige mensen er wel zo over denken. Je ziet het aan de statusfoto’s op hun WhatsApp bijvoorbeeld, waar naast hun naam opeens niet een koppie te ontwaren is, maar twee. Met wie deal je dan? Met hem? Met haar? Met hun? En je merkt het aan verhalen, waar een van de twee optreedt als spokesperson van wat zij vinden. “Wij houden niet van tomaten.” Ja, en ik niet van ‘jullie’.

 

Nou, vandaar dus dat ik giftig reageerde op de vraag van de mevrouw van het stadsdeelkantoor. Iets te giftig. Want toen mevrouw geamuseerd grinnikte dat het handig kon zijn voor als ik met mijn dochter op reis wilde – die wel mijn mans achternaam draagt (en het staat haar beeldig hoor) – zonder dat ik speciale reispapieren hoef te overleggen dat zij bij mij hoort, ondanks die andere achternaam, bond ik in. Beschaamd lachend. Oh ja. Toch wel handig ja – ‘echtgenote van’ in je reispapieren. Ik voel hier het begin van de capitulatie. Maar nee, never. En garde!

 

Geschreven door Kalinka Hählen