Als je een jaar een hond hebt

Zondag is het precies een jaar geleden dat ze kwam. Monti, onze lang verwachte Labradoodle. Ik weet nog heel goed dat ik op persreis was en midden in de nacht in mijn hotelbed het ‘sollicitatieformulier’  invulde van de fokker. Want de doodles zijn gewild en zij wil, terecht, zeker weten dat de hond in een liefdevol huis terecht komt. Mijn vader waarschuwde me. Een hond erbij, dat werd te veel in het toch al zo volle gezin. Een andere vriendin met een hond zei dat het leuk was maar gedoe. Echt best vaak gedoe. Ik wapperde en wuifde alles weg want die hond die ging gewoon mee in mijn leven. Ik schreef ook waarom een hond nemen een heel goed idee is. Een jaar later is het moment om conclusies te trekken, voor het geval jij ook droomt van zo’n wollig diertje.

 

1. Liefde

Pure liefde. Elke ochtend als je de kamer binnenkomt, elke keer als je even naar de wc bent geweest en de kamer weer binnenloopt. Zij is ieder moment weer even blij om je te zien. Ik denk vaak aan John de Mol die ook verliefd is op zijn hond. Als je een zware, nare dag hebt gehad en zo’n kwispelend kontje voor je ziet, ben je dat allemaal vergeten. Al is het maar voor even.

 

2. Nooit meer uitslapen

Als je geen matineus type bent, zou ik hier wel serieus over nadenken. Monti redde het vanochtend tot tien voor negen en dat was een unicum. Meestal loop ik om half zeven al met mijn plastic zakjes door de buurt te schuimen.

 

3. Bijbaantje

Ik heb vroeger nogal geklaagd over hondenpoep op de stoep dus ik ben nogal manisch en panisch als het om het opruimen van de ‘uitwerpselen’ gaat. Als ik dan toch gebukt sta, pak ik eventueel rondslingerend vuil op straat ook even mee.

 

4. Grootafnemer van luierzakjes

Die ‘uitwerpselen’ opruimen is natuurlijk niet mijn hobby, maar een tip: koop luierzakjes bij Etos. Dat zijn lekker ruikende zakjes die niet doorzichtig zijn. Echt, het vermindert ontzettend de kokhalsneigingen die je kunt hebben als je zo’n dampend drolletje (had je al ontbeten?) van de vloer veegt.

 

5. Nieuwe vrienden

Claire, de ‘moeder van’ Juultje, die aardige man met zijn Beagle die ook niet luistert, de oud-collega die ik nooit meer zag maar nu regelmatig tref in het bos; we (dat zijn Monti en ik) hebben er allemaal nieuwe vrienden bij. Ook als ik haar ’s avonds nog even laat plassen loop ik nog wel eens een buurvrouw of buurman tegen het lijf en hebben we een gezellig kletsje. Het is kortom heel goed voor je sociale status.

 

6. Een kind erbij

Dat ‘ik doe het er allemaal wel even bij’ had ik toch echt te licht gezien. Elke zaterdagochtend naar puppycursus, naar de dierenarts voor prikjes, naar de hondentrimsalon, oh jee, ze heeft diarree, oh jee, ze heeft juist geen diarree, heeft ze nou een smetvlekje? En waarom gaat ze nou ineens om half vijf ’s nachts piepen, net nu ik alle kinderen heb geleerd om een normale lange nacht te maken?

 

7. We wandelen ons suf

Een vis moet zwemmen en een hond moet rennen. Zo liep ik al door de duinen toen het vorig jaar januari min 15 was. Skipakken aan en rennen maar. Dan smaakt die warme chocomel echt zoveel lekkerder dan na een Netflix-sessie. Als gezin vind ik het ook heel leuk. We komen op totaal andere plekken en zijn even schermloos. Gewoon even naar de bomen kijken, blaadjes wegschoppen terwijl je met je handen in je zakken loopt en even praten over het leven.

 

8. Het allerbelangrijkste

De belangrijkste reden dat Monti in ons leven kwam is Flo, onze allerliefste dochter met een verstandelijke beperking. Monti geeft Flo vleugels. Ze wandelt en rent, maakt praatjes met mensen en kent alle honden uit de buurt. Het eerste wat zij zegt als ze wakker wordt, is: ‘Zullen we naar Monti gaan?’

 

Dus mocht je een hond overwegen: het is een klusje, maar wel toevallig mijn lievelingstaak.