Het pleidooi voor een écht dorp

Adeline in een restaurant in haar dorp Nederhorst

Vergeef het May, maar als je uit onze capital Amsterdam vertrekt dan doet Haarlem wat dorps aan. Daarom schrijf ik als echte dorpeling, een uitstervend ras op de redactie, waarom in een dorp wonen de bom is. Of nou ja, de bom, maar toch op z’n minst plezant.

 

Ik meng me trouwens niet in de discussie of je naar het dorp moet verkassen of juist in de stad moet blijven als er baby’s komen. Ik ben niet zo van de baby’s. Maar van de dorpen wél, da’s genetisch bepaald. Op een zonnige dag in oktober werd in een klein dorpje genaamd Dirksland een wolk van een baby geboren. Ik, ja. Daar begint mijn dorpse carrière, iets met een paplepel.

 

Ik woonde opeenvolgend in: dorp Dirksland, dorp Oude-Tonge, stad Amsterdam, stad Rotterdam, stad Bergen op Zoom (ook al vindt May dit een dorp) en dorp Nederhorst den Berg. Terug bij af. Het dorp blijft lonken, kunnen we concluderen. Al is het officieel gewoon drie om drie, maar in levensjaren wint het dorp. Gingen we vorige week een huis bekijken, waarover later meer nieuws, viel het object ook weer nét buiten de stadsgrenzen van de één en binnen de dorpsgrenzen van de ander. Ik ben en blijf een dorpeling. Is niet erg, lees maar even mee.

 

1. Dorpen zijn plaatjes

Als je de oude dorpskern tussen de nieuwbouwwijken uitsnijdt, dan zijn dorpjes mooi, gezellig en een tikkie kneuterig. Met bomen, stoepen waar kinderen stoepkrijten en een kerk in het midden. Precies zoals je een dorp graag hebt.

 

2. In dorpen leg je sleutels onder deurmatten

Dat weet de buurman ook en de overbuurvrouw, maar niemand die ongevraagd onder je deurmat gaat zitten wroeten, hoor. Weten waar de sleutel ligt, is genoeg.

 

3. Een dorp heeft maximaal twee sportscholen

En één supermarkt, geen vegetarische slager of snackbar, twee kapsalons en als je geluk hebt een drogist. Dat doet heel efficiënt boodschappen. Je moet wel voorzichtig zijn bij de overstap van de ene kapsalon naar de andere, hier kan een dorpse ruzie van komen.

 

4. In dorpen kennen ze geen files

En met een beetje mazzel ook geen stoplichten. Je moppert wat op de drie auto’s die rond de spits stilstaan voor de basisschool, maar verder? Eén grote doorzoefbare vlakte.

 

5. Hangjongeren zijn in een dorp om te gieren

Daar kom je achter als je een poosje in een stad verpoosd hebt, waar hangjongeren soms tegen het criminele aanschurken. Daar worden die in een dorp schattig van, zo bleu. Moet je gniffelen als ze met een aangemeten accent stoer doen naast de ingang van die ene supermarkt.

6. Het dorp houdt je zo lekker op de hoogte

Nu woon ik in een dorp waar ik alleen de achterburen en de fysio ken, maar daardoor weet ik toevallig wel dat die andere buren van op de hoek net getrouwd zijn en hij dus al vijftig is, zegt die grote Abraham in de voortuin. Kun je toch op afstand blij voor ze zijn.

7. In een dorp kom je achterom

Het kan zomaar zijn dat de dorpeling het geluid van de eigen deurbel nauwelijks kent, omdat ‘ie niet gaat. Zelfs de postbezorger jonast de pakketjes via de achterdeur naar binnen. En wil je binnenshuis wat lichamelijke activiteiten verrichten, dan doe je de achterdeur op de knip. Weet het hele dorp meteen wat je aan het doen bent.

 

8. Huizen in dorpen hebben een tuin

Waar je dus achterom kunt komen. In een bikini in de tuin kunt liggen zonder dat alle gordijnen bij de buurhuizen beginnen te bewegen. En de barbecue op kunt stoken zonder dat de mensen boven je kuchend op het balkon staan.

 

Ik zeg het je: dat dorp doet het best leuk als verblijfplaats.