Waarom het irritant is als je altijd moet uitleggen dat je carnaval viert

Het was zondag de elfde van de elfde. Op die datum tik ik het Zuiden even aan om mijn portie carnaval te consumeren. Een voorproefje, voor het echte werk rond februari-maart. De mens in Amsterdam en omstreken snapt dat niet, want carnavallen heeft het label: un-cool.

 

Ik zie mezelf nog aan tafel tussen de redactiemeisjes van Viva in Hoofddorp. Goddank kwam mijn chef daar uit Limburg, één en al begrip, maar de rest keek me glazig aan. Wát ga je doen? Waar? Hoe-veel-dagen-lang? Ik ga carnavallen. In Bergen op Zoom. Daar slaan ze de oude bloemetjesvitrage om de schouders en naaien ze hoedjes vol met bloemen. Oma nipt aan een glaasje Schrobbelèr, je kleine buurmeisje rent rondjes over de Grote Markt en haalt glazen op voor de barman in ruil voor snoepjes en wij dansen mee met de dweilband die net binnenkomt. Je ziet al je vrienden weer, want iedereen komt terug om het te vieren. Ik vind het, op mijn vakantie na, misschien wel de fijnste tijd van het jaar.

 

Ik verklaar me een ongeluk. Want carnaval, dat draait toch alleen om veel drinken? En vreemdgaan? En nog meer drinken? Heus dat ik een goed glaasje nuttig, ik schuinsmarcheer trouwens niet, maar carnaval is meer. Bedenk je eigen aller- aller- allerleukste feestje met vrienden ooit en dat keer vijf dagen en nog wat extra weekenden daarvoor plus een los avondje in november. Dát is voor mij carnaval, of zoals ze het in Bergen op Zoom noemen: vastenavend. Ik hoef goddank niet als Wonder Woman, maar op z’n traditioneels met een bloemetjesjurk, lange jas en een uitgedost hoedje. Avond na avond vier je feest, ben je samen, het verbroederd en verzusterd. Je denkt even aan niets anders dan samen feest vieren met live muziek, wat gedans en een verfrissend glaasje. Lachen, ontlading, zingen en de voetjes van de vloer.

 

Nondedju, ben ik mezelf wéér aan het verklaren. Ik had trouwens een oplossing voor het euvel, dacht ik. Gewoon niet over praten. Maar toen kwam ik vanmorgen op de redactie en wist May niet dat ik mijn feestmuts uit de kast had gehaald voor elf-elf. Geen bewussie, want May weet dat ik professioneel carnaval. Maar het is dus makkelijker om het dood te zwijgen, het ondertussen gewoon te doen; heb je ook niks uit te leggen. Alleen aan een oplettende May, maar die snapt het ergens in de verte toch wel.