Als je hoogzwanger een droomhuis koopt en dat er dan dít gebeurt

zwangere vrouw ligt op bed in grijs pak

Ik ben gevlucht. Uit mijn huis. Niet voor lang hoor, alleen om een cappuccino havermelk to go van 3 euro en 45 cent te halen een paar straten verder.

 

Ik loop terug en hoor het al, en ben nog steeds een straat of drie verwijderd van mijn huis. Maar ik hoor het. Hard ook. En kan wel janken. Oprecht janken. Ik ben moe en ik wil in bed liggen en dat kan niet, want er wordt verbouwd. Niet door ons: wij kochten een huis dat in principe helemaal af was. Muren hoefden niet eens gewit te worden, geen lamp hoefde opgehangen te worden, geen badkamertegel vervangen: alles zat erop en eraan. Perfect. Want daar hebben we ook niet echt de puf voor, nu de twee bijna komen. Maar letterlijk bijna. Ik heb het over maximaal nog een paar weken.

 

Maar zoals dat gaat met nieuwe huizen: een huis koop je en je buren krijg je bij je aankoop cadeau. Of je het nu wilt of niet: je kiest ze niet uit. En je kunt er zo verrekte weinig aan doen. Maar wat wil nou het geval? We vonden een briefje in de brievenbus, heel netjes: ‘Hoi! Wij zijn jullie nieuwe buren op rechts en we gaan de komende 14 weken verbouwen. Half april gaan we erin!’ Mijn god. En dan bedoel ik dus niet een beetje lullig verven of halfbakken een nieuwe vloer leggen, nee, ik heb het over hardcore huizen strippen en slopen en muren en keukens en badkamers eruit en god mag weten wat nog meer. Ik overdrijf nu eens een keer echt niet, maar… Dit. Is. De. Hel. En het is niet eens míjn hel, snap je?

 

Ik kan nergens heen, want ik werk juist thuis omdat ik niet de hele dag in zo’n te dure koffietent kan zitten met een buik als een watermeloen. Dertig weken zwanger van een tweeling: ik kan niets. Alleen een beetje liggen met een laptop. En dat wordt mij nu door mijn neus… geboord. Niet grappig. Het probleem is ook nog eens dat het me hartstikke aardige mensen lijken en dat ik graag wat gezellige buren naast me heb in april, dus dat ik ook niet wil lopen zaniken.

 

En dus zit ik hier met een geluidsdichte koptelefoon op mijn hoofd te verlangen naar, ik durf het niet op te schrijven, maar toch… Mijn oude huis.