Dit is het allerergste wat er kan gebeuren als je een Uber bestelt

tessa lotd foto

Het is iets voor negenen en ik sjees de deur uit. Laptop mee? Ja. Tas mee? Ja. Laptop goed in die tas? Check. Make-up op? Bijna. Sleutels, waar zijn mijn sleutels?

 

Haast is toch wel vrij normaal in de vroege morgen. Stel je voor dat ik tien minuten eerder opsta. Half ontbijtend doe ik de deur op slot, haar nog nat van het wassen, waar is mijn elastiek? Vanwege de inmiddels behoorlijk aanwezige zwangere buik kan ik niet meer een lang stuk fietsen, en dus neem ik een Uber naar het werk. Het is even niet anders: ik kan niet met de eigen auto vandaag. Ik krijg een appje: ‘Je chauffeur is er.’ Top. Ik draai de sleutel in het slot, kwak wat lippenspul op, bedenk me dat mijn elastiek op mijn nachtkastje ligt en kijk. Er staat pal voor de deur een grote auto met een man erin. Top. Let’s go. Ik zwaai, de man zwaait terug.

 

Ik kijk vlug naar binnen bij ‘m en jawel, hij heeft een gigantische navigatie bij zijn dashboard zitten. Met een mobiel erbij, zoals al die Ubers hebben. Ik slinger de voordeur open en ga naast hem zitten. Met tas, make-up, zwangere buik. ‘Hoi, goedemorgen,’ zeg ik vrolijk. Hij kijkt me aan en lacht een beetje. Voorzichtig begint ‘ie. ‘Wat kom jij doen?’ Ik zeg: ‘Nou, ik moet naar mijn werk.’ ‘Ik ook,’ antwoordt ‘ie. Hij lacht nog steeds. Steeds harder. Heel langzaam begint er iets te dagen. Heel langzaam. O mijn god.

 

Dit is een wildvreemde man. Geen Uber. En ik ben gewoon naast ‘m gaan zitten. ‘Ik, eh, dacht, ben jij geen Uber?’ vraag ik maar, terwijl ik het antwoord opeens al weet. Het zweet breekt me uit. De man giert het uit en zegt ‘nee’. Het is gewoon een of andere onbekende buurman die naar zijn werk wil en braaf zijn navigatie aan het instellen is. En ik ben gewoon ingestapt. Gelukkig lacht ‘ie – en ik dus ook. Maar ik weet ook niet hoe snel ik weer uit moet stappen. Godsallechristus, heb ik weer. Ik neem óók eens een keer in m’n eentje een Uber. Ik let nooit op nummerborden, nee. En hij misleidde me, omdat ‘ie terugzwaaide.

 

Godzijdank staat aan de overkant van de straat wél mijn echte chauffeur te wachten. Pijlsnel stap ik in en vertel ik hem het hele verhaal. Ook hij ligt dubbel. Ik ook, het is ook wel een pietsiebeetje lollig. Maar ik hoop zo, zó erg, dat die ene buurman mij in z’n achteruitkijkspiegel wel zag instappen bij de goede Uber, zodat ‘ie zeker weet dat ik niet compleet gek ben en overal lukraak instap… Zodat ‘ie ziet dat ik écht wachtte op een Uber. En laten we hopen dat ‘ie niet twee huizen naast mij woont. Ik kan daar toch nooit, maar dan ook nooit, een pakketje ophalen? Nee. Dan mag ‘ie het houden.