Even over het belgedrag van de Italiaan

May-britt in Italie met grote hoed op en Ganni badpak

In dit land zijn er veel dingen die me fascineren. Waarom iedereen een hond heeft, maar je echt zelden een hondendrol op straat vindt. Waarom Italianen zo weinig drinken terwijl ze de meest waanzinnige wijnen van de wereld produceren en waarom ze zonder te klagen een hele maand op een strand van keien liggen te wentelen in de zon.

 

Maar vandaag wil ik het even hebben over hun belgedrag. Uit klein veldonderzoek weet ik dat zodra je een grens overgaat, de belcode verandert. In New York loopt iedereen in zijn eigen bubbel te bellen, oortjes in en hevig gesticulerend op luide toon. Alsof er iemand naast hen loopt waarmee ze in gesprek zijn, maar die persoon hangt in hun oor. In Frankrijk bellen ze alsof je een te beleggen misdaad bespreekt. Althans, zo kwam dat bij mij over als ik met mijn Franse collega’s belde. Een nauwelijks hoorbaar ‘allo’ werd gevolgd door een gesprek zo zacht, gevoerd met de hand over de hoorn. Zoals in Italië alles in de overtreffende trap gaat (behalve dat drinken dan), gaat het bellen hier ook net even anders.

 

Ten eerste de ringtoon, die stamt vaak uit het jarennegentigtijdperk. Je weet wel, de Nokia-sound. Tudduhduhduh, tudduhduhduh, tudduhduhduh, weet je nog? En hij staat op standje max. Vervolgens wordt er opgenomen, maar niet voordat de speaker wordt ingedrukt. Daarna wordt de telefoon als ware het een walkie talkie voor de mond gehouden terwijl we allemaal kunnen meegenieten met het spektakel aan de andere kant. Er wordt niet geëxcuseerd of een beetje ongemakkelijk gekeken dat het hier een spoedje betreft. Welnee, dit is theater. Het gesprek duurt voort en voort. Ondertussen wordt er een vieze kindermond schoongeveegd, een koffie besteld, een sigaretje opgestoken en gewuifd naar de overbuurman. Het kan ook zomaar zijn dat intussen ook de telefoon van de tafelgenoot gaat. Ook die neemt op, drukt op de luidspreker, houdt het mobieltje in de juiste positie, recht voor de mond en kwettert er gezellig op los.

 

Ooit leerde ik onze kinderen om in restaurants na gang twee (met nog vier gangen in aantocht) onder tafel te zitten met mijn telefoon zodat ze verder niemand tot last zouden zijn. Dat principe laat ik nu toch maar eens voorzichtig varen. Niet alleen omdat ze inmiddels bijna niet meer onder tafel passen met zijn drieën, maar ook omdat ik er inmiddels voorzichtig gevoeglijk vanuit durf te gaan dat Italianen niet zo snel aanstoot nemen aan een kwetterend mobieltje meer of minder. Weer een punt op het lange lijstje van dingen waarom ik zo van dit land houd.

 

Ik denk dat ik nog maar even blijf.