Helemaal hot: zoveel Nederlanders wonen dus liever in het buitenland

Tessa

Mijn zus appt me een foto van een beker koffie en zoals we altijd grappen, zegt ze er even bij dat dit zes dollar kost, die paar slokken warme melk met cafeïne.

 

Ze is in New York voor haar werk en we halen nu eenmaal, in welke stad we ook toeven, altijd dure koffie to go’s. Liefst met elkaar, maar meestal moet dat zonder elkaar, want helaas: drukke levens. Kost ons, wat zal ’t zijn, een euro of negentig per maand. Zonder overdrijven. Elke dag een koffie van een euro of drie en je bent er. Oeps. Maar ik lach en stuur een foto van een koffie in een mintgroene beker op het werk terug: een zuinig dagje voor mij. Zij loopt ergens tussen 180th and Broadway in, ik ben braaf in Mokum en toch spreken we elkaar met het grootste gemak. Vannacht zat ze in dat vliegtuig en nu loopt ze koffie te lurken op de hipste straten des werelds, tussen hippe mensen. In die hippe stad die ik vaak heb bezocht en die ik nu zo mis, maar ja, een zwangere buik van acht kilo, dat reist niet zo lekker. Jaloers ben ik, dat zeker, maar het maakt me ook blij.

 

Want de wereld is tegenwoordig een stuk kleiner dan die vroeger was, zo laat mijn zus maar weer eens zien met dat eeuwig herhaalde grapje. Dat is maar goed ook, want sommige dingen zijn stom. Zoals vriendinnen die besluiten dat Nederland te klein is. En dan verhuizen ze dus, voor die carrière overseas. Voor de liefde. Voor de ervaring, het avontuur, de nieuwe start.

 

Meer dan een half miljoen Nederlanders wonen in het buitenland – grote kans dus dat jij in hetzelfde schuitje zit als ik. Zeker 16 procent van de mensen vertrekt vanwege een nieuwe baan, 24 procent omdat ze Holland zo zat zijn. Vanwege het weer of de haastige mentaliteit, zoiets. Mannen en jongeren onder de 30 jaar pakken het vaakst hun biezen. Het is in trek, dat hele emigreren voor de lol. Slechts 50 procent van de mensen komt ook weer terug in Nederland wonen. Ik vind het heel leuk voor iedereen, begrijp me niet verkeerd, maar iets minder leuk voor het thuisfront.

 

Want het is ongezellig. Heel erg. Want je wilt dat sommige dingen, sommige mensen, sommige vriendschappen, nooit veranderen. Als je elkaar al sinds de jonge tienerjaren kent weet je nog amper hoe het is om níet bij elkaar in de buurt te wonen. Moet je nou opeens gaan skypen, schrijven, mailen? Zomaar even langsgaan in Afrika gaat niet. Ik wil koffie met je kunnen blijven drinken, zoals het gewoon hoort te zijn, denk ik dan. Maar dat zeg je niet hardop. Want weggaan is voor de persoon zelf heus al moeilijk genoeg.

 

Wat het allerlastigst is? Vroeger gingen we een half jaar weg, een grote reis maken, een stage lopen in het buitenland. Dat was allemaal tijdelijk. Een halfjaar was die vriendin weg voor vrijwilligerswerk, die ander met een rugzak een jaar de wereld over, de volgende vriendin een jaar Spaans leren in Sevilla of Barcelona. Joh, geen probleem. Iedereen kwam vroeg of laat toch wel weer met zongebruinde hangende pootjes terug naar onze vaste stamkroeg. Maar nu zijn we groot. Nu ís het later. En is het menens. Nu gaan we grotemensenavonturen aan, die opeens heel héél definitief zijn. Nu is naar het buitenland verhuizen misschien wel voor áltijd. En dat, lieve mensen, is gewoon stom.

 

Zet ‘m op, vriendin. Ik ben trots.