Je goede voornemens; een maand later

Links van me liggen tiny Tony’s en misschien dat ik er net wel twee op heb. Een oranje en een witte (mijn hemel, ik had geen idee dat die witte zo lekker was). Brengt me op mijn punt: het is 30 januari en het gaat maar medium mwah-mwah met de goede voornemens.

 

Ja, ik heb een week geen vlees op. Ja, ik sta nog twee keer per week in de sportschool. Ja, ik stopte met roken en rook nog steeds niet. Maar dat minderen met eten? Ik kan mezelf niet betrappen op grootse successen. Wel op een meergranenbol (dat dan weer wel) met een ferme laag pindakaas en een dropje (of drie) uit de snoeppot op het bureau van Franska.nl. De flow is niet zo flink.

 

Niet gek trouwens, want maar 17 procent houdt de gemaakte voornemens in januari vol. Ik schreef al eens een betoog waarom september juist de voornemensmaand hoort te zijn en waarom je in december wil stoppen met roken. In januari wil je gewoon wat liever zijn voor jezelf. Ik sta toch wat meer in de snoepstand rond het vriespunt, een extra laagje op het brood en rond de heupen, een weekend met een haardvuur, wijn en een plateau met vijf soorten kaas, maar ondertussen moet ik mezelf zoet houden met bleekselderij en een bouillonnetje voor de flinke trek.

 

Als je nu denkt: ik zit in dezelfde dikmakende schuit. Of je hebt gierende trek in een sigaret, jij kunt dit. Ik heb wat makkelijke doch zéér, zeer, zéér effectieve tips om te zorgen dat jij niet eindigt tussen die 83 procent.

 

1. Dek jezelf in tot je niet meer kan. Neem voor mijn part je eigen pot met breedliggers (dit zijn augurken) mee naar de verjaardag van je tante, maar bereid jezelf voor. Ze proppen die taart nog net niet bij je naar binnen, mensen willen dat je eet en faalt. Niet aan meedoen, gewoon lekker op die augurk blijven sabbelen, denk aan die bikini.

 

2. Een dag niet gelukt is maar een dag. Dat ik vandaag pindakaas, chocolade én drop op heb, wil niet zeggen dat het morgen niet meer lukt. Gisteren had ik trouwens ook een prima dagje: niet gesnoept en gezond geluncht. Morgen de broekriem weer een beetje aan en gaan.

 

3. Deze is voor de rokers: je bent standaard ongelukkiger dan een niet-roker. En ik vind me dat een partij confronterend om te horen. De stofjes in een sigaret maken je zó ongelukkig, dat je denkt er telkens weer eentje nodig te hebben om gelukkig te zijn. Mindfuck, een gi-ga mindfuck. Laat de mindfuck achter je.

 

4. Maak het klein. Denk niet dat je na een nacht slapen tien kilo kwijt bent, maar begin realistisch. Sta je na twee of drie maanden vijf kilo in de min, dan bestel je een hele grote pizza, eet je ‘m op en ga je door voor de tien. Kleine doelen zijn makkelijker te halen.

 

5. Geef feestjes voor je succes. Ik ben mezelf nu wel aan het martelen met de kilo’s, maar ik zit mooi wel op bijna driehonderd euro bespaard aan sigaretten. En dat vind ik een schouderklopje (of een nieuwe broek) waard.