Na je dertigste carrière maken is slimmer

Tessa met laptop in hangstoel
Weet jij nog wat je als kind altijd in iemand vriendenboekje schreef bij de vraag ‘wat wil je later worden?’. Ik wel.

 

‘Schrijver’ stond er dan. Ik maakte geloof ik in groep acht al een eigen tijdschrift dat ‘Chocolade’ heette, ik maak geen grap, en sindsdien heb ik die liefde voor het schrijven en voor mooie bladen nooit meer losgelaten. Dat neemt niet weg dat er nog altijd carrièredromen zijn. En nu ik bijna dertig ben en die grote wensen nog steeds heb, ga ik soms twijfelen. Het is wat bij mijn generatie past. Het is herkenbaar voor vriendinnen. Hadden we niet allang een eigen bedrijf moeten hebben met het liefst toch wel een pand aan de Herengracht en als het even kan ook een subkantoortje in New York, waar we dan heel vaak heen moeten om interessante business te doen met hippe mensen en dure coffee to go’s? Dat klinkt niet alleen cool, het ís ook cool. Maar ja. Ik zit nog steeds thuis. Tussen de speentjes en de luiers welteverstaan.

 

Toch kun je met al die wilde plannen in je carrière beter wachten totdat je wat ouder bent, blijkt. Je hoeft niet als twintiger de wereld te veroveren, dat mag ook als dertiger. Of welja, nog beter: als veertiger. Volgens psychologen kun je namelijk het beste fulltime aan je carrière werken als je rond de veertig bent. Dat klinkt misschien heftig en laat, maar het is bewezen. In die jonge jaren moet je nog zoeken naar niet alleen jezelf, maar ook naar je kwaliteiten. Je ontdekt met het jaar meer waar je passie ligt: waar denk jij aan net voordat je gaat slapen? Waar spring jij met energie je bed voor uit om zeven uur ’s ochtends? Dat leer je als je jong bent. Je leert waar je blij van wordt en vooral ook wat er níet bij je past.

 

Volgens experts kun je het beste na een studie beginnen met parttime werken. Je hebt dan de mogelijkheid om niet al te laat te beginnen aan kinderen, als je een partner hebt en dat wilt (heel soms is dat even geen feestje) natuurlijk. En ook als je dat je kunt veroorloven. Maar zo ontwikkel je jezelf: als je wat minder werkt, dan zie je ook waar je je vrije tijd aan besteedt. Als jij een dag vrij hebt, wat doe je dan? Wat zijn je hobby’s? En een nog betere vraag: wie ben jij zónder je baan? Hoe stel jij je dan voor aan mensen? Precies dat is wat je moet gaan doen, later, als je groot bent.

 

Zodra je uit die drukke babyjaren bent (of uit je drukke jaren zonder baby’s), gaat het beginnen. Je weet waar je voor staat, je weet wat je kunt, je hebt een netwerk opgebouwd. Je weet waar je hart sneller van gaat kloppen. Cupcakes bakken? Je eigen kleding ontwerpen? Een webshop beginnen? Go for it. Vanaf je veertigste is het your moment to shine. Bovendien werken we steeds langer door omdat we steeds ouder worden: dus je hebt zó nog dertig jaar om vanaf je veertigste die fancy business overseas op te zetten. Kun je daarna rentenieren op de Bahama’s – daar ben je immers zó vanaf NYC.

 

Dus, geen zorgen als je nú nog niet in de Fortune 500-lijst staat als CEO of dat je nog niet de nieuwe Google hebt verzonnen. Jouw tijd komt nog wel. En wie weet ligt er over tien jaar een tijdschrift in de schappen dat ‘Chocolade’ heet. Je weet het maar nooit.