Soms schrik ik hoe gewoon vrouwonvriendelijk zijn is

adeline mans, lachend

Het was op de A2, zo ergens rond de afslag Abcoude toen ‘Wat vindt Nederland?’ op 538 voorbij kwam. Ik geloof dat het onderwerp van discussie was wat je het liefst thuis zou laten als je op vakantie ging. Nog nooit hoorde ik zo vaak ‘mijn vrouw’ of ‘mijn vriendin’. En eigenlijk kan je er gevoeglijk bijna van uitgaan dat er elke morgen op de radio wel een man is die iets in die trant over een vrouw zegt. Kan grappig zijn als iemand het niet echt meent, maar ik zou maar één ding willen zeggen tegen de dames in kwestie van wie de man op de radio inbelde: rennen en heel hard ook.

 

Het verbaast me steeds vaker hoe geaccepteerd vrouwonvriendelijk zijn is of hoe gewoon denigrerend doen gevonden wordt. Vanmorgen stuurde mijn beste vriend in de app een filmpje door, het had een beetje dezelfde strekking. Ten koste van een vrouw, met hardop schaterende mannen als reactie. Nu weet ik toevallig hoe de boel daar thuis verdeeld is, dus ik maak me maar bar weinig zorgen. Alleen tóch. Ik waardeer grappen, vooral die ten koste van mezelf, maar ik voel vaak een wrange waarheid in dit soort geintjes doorklinken. En dat vind ik me toch een partijtje lullig, maar tegelijk vraag ik me af hoe het komt.

 

Je hebt grappen nodig, anders ga je een beetje gezapig zitten verzuren met z’n allen. Moeten we natuurlijk ook niet hebben. Ik ga ontzettend lekker op leedvermaak, als in: huilen van het lachen. Lullig, ik weet het. Humor verlicht, maakt ongemakkelijke dingen juist makkelijk en het relativeert. Tót een grap niet zo lekker valt of door de andere partij als niet zo geestig wordt ervaren.

 

Biologisch gezien zijn wij vrouwen en mannen verschillend. Het is zo, dat kunnen we urenlang betwisten, maar de feiten zijn er. In een boeiend stuk las ik dat de mens geneigd is om juist die verschillen uit te vergroten. Uitvergroten zorgt voor grappige situaties, dus logisch dat dit zo gaat. En weet je, hier doe ik zelf ook aan mee. Over ons vrouwen, over mannen, maar misschien zit het verschil ‘m in dat radio éénrichtingsverkeer is. Je hebt dus de man die belt, de club die een lachsalvo brengt en niemand die eens even een goede sneer geeft over de vermoedelijk medium herseninhoud van de inbeller. Dat is denk ik waar het me aan ontbreekt, iemand die zo’n gast even pareert.

 

Dus vrouwen van de radio, volgende keer graag een grove, schunnige en harde grap terug alsjeblief. Het maakt alles beter.