Wat je bedenkt als je niet meer drinkt

May zittend op de trap op kantoor

Ik had me nog zo voorgenomen om niet mee te doen met Dry January (alcoholluw leek me een stuk gezelliger), maar zoals dingen nu eenmaal soms bezit van je nemen (ik bemerk ook dat ik door de antivleespolitie veel vaker grijp naar het groentealternatief) was ik toch ineens echt alcoholvrij. Nu al twee hele weken. Tijd om het net op te halen. Voor het geval jij ook zin hebt: dat je weet wat je ervoor terugkrijgt.

 

1. Slaap

Ik riep altijd maar dat ik met een glaasje in het buikje zoveel lekkerder sliep dan zonder, maar dat is dus gewoon niet waar. Oké, de eerste nacht misschien en de tweede misschien ook, maar nu lijkt het wel of ik naar het gevorderdenklasje van de slaapvereniging ben gepromoveerd. Ik slaap diep en vast en droom als een dolle.

 

2. De gewoonte

Ik was geen Bonnie St. Claire, maar wel een gewoontedrinker. Net zoals ik een gewoonteroker was. Of een gezelligeheidsdrinker. In mij  heb je altijd een drinkebroeder in de buurt. Of had. Echt niet dat ik op een nieuwjaarsborrel een spa rood zou bestellen. Dat doe ik overigens nog steeds niet. Het idee dat het pas echt gezellig is met een glas met een parasol zat diep ingesleten in mijn brein. Een weekend zonder drank, ik vond het niet voor te stellen. Maar nu heb ik al drie weekenden zonder drank en die waren reuzeleuk. Een rotdag was een instant cue om ’s avonds een mooi glas te vullen. Ik denk er niet eens aan. Een, ooh, jeuk en kriebel, mooi glas thee is net zo fijn.

 

3. Het alternatief

Ben je uitgebraakt van mijn vorige alinea? Nou, welkom terug. Want natuurlijk ben ik nog niet helemaal van de stichting De Blauwe Knoop. Af en toe wil je feest in je glas. Vorige week at ik een hapje met mijn geliefde in Soho House en op het moment dat ik het toch echt wel een beetje s dubbel a i begon te vinden, kwam de serveerster met het beste nieuws van de maand: Seedlip gin. Dat is dus alcoholvrije gin. Oké, het smaakt niet naar gin, maar het heeft wel een bite. En het oogt feestelijk. Paar grote ijsblokken erbij, mooi glas, schijfje sinaasappel en meid, wat zijn we uit.

 

4. De glasbak

Ging ik daar vroeger nog wel eens met hoog opgetrokken kraag naartoe, nu is het een vrolijke tocht. Het enige dat er in gaat zijn flesjes Fever-Tree Naturally Light Tonic en een leeg flesje olijfolie. Ongekend.

 

5. Bijkomende voordelen

Ik haal nu ’s avonds altijd mijn make-up eraf. De vaatwasser is keurig uitgeruimd voor ik naar bed ga (daar heb ik na twee glazen wijn dus geen zin meer in), ik kan niet zeggen dat ik niet in slaap val, maar wel minder snel. Ik zie films van A tot Z. ’s Ochtends sta je meteen naast je bed. Je blijft langer aan staan. Dat is ook wat ik juist zo lekker vind aan drinken: ik wil soms even uit staan. Maar goed, als ik dan toch aan sta, dan maak ik mezelf ook maar even nuttig. En dan heb ik het nog niet eens gehad over wat ik allemaal bespaar in een maand. Dus het kan morgen nog honderd keer 1 februari zijn, ik trek nog even door, vrees ik.