Tussen traditie en trauma: het verhaal achter ‘Uf’

Uf heet de roman van Jojanneke van den Berge, verwijzend naar UVSV, de Utrechtschee Vrouwelijke Studenten Vereeniging (natuurlijk met dubbel e), waar de vrouwelijke leden soms liefkozend, maar regelmatig minachtend, als ufjes worden aangeduid.
Ze schreef een boek dat alles aanraakt: de vreselijke kanten van het corps én de mooie. Bijzonder, want waar het de landelijke corpsen aangaat, lijkt er altijd maar één mening te bestaan: verafschuwen, of de mindere kanten omarmen en het blijven goedkeuren. Daartussen beweegt weinig. Jojanneke doet dat wel.
Met succes, want de tweede druk ligt al in de winkel en er zijn gesprekken gaande over een verfilming. “Laatst liep ik boekhandel Scheltema in en zag ik mijn roman op hun top-10-planken staan. Dat was wel even een moment.”
Ik verheugde me om meerdere redenen op dit gesprek. Mijn lief heeft vroeger met Jojanneke gewerkt, ik heb een blauwe maandag haar styling mogen doen – dus leuk om haar weer te spreken – maar vooral wilde ik napraten over dit boek. Een boek dat de afgelopen dagen zo vaak won van mijn telefoon, dat zelfs die nieuwe aflevering van The Morning Show wel even kon wachten.
Net als Jojanneke heb ik in Utrecht gestudeerd, al leefde ik – studerend en een dansopleiding volgend – in een parallel universum van de corpsmeisjes.
Ik ben, heus wel, op feestjes geweest in De Kroeg of in de Woolloomooloo, maar ik herinner me vooral de hatelijke houding van de jongens aldaar tegenover mij. Een vrouw bungelde sowieso al een stuk lager op de ladder, en dan was ik óók nog eens geen Uf. Dat róken ze. Die – in mijn ogen toen – middeleeuwse wereld trok me niet. Ik hield niet van bier, danste veertien uur per week, kortom: het paste niet.
Aan de andere kant: ik was best eenzaam in mijn studententijd. Had heus vriendinnen, maar hoorde nergens écht bij.
Jojanneke: “Dat is het mooie aan studentenverenigingen. Jonge mensen zoeken naar gemeenschapsgevoel in een wereld waar minder gemeenschapszin is en waar de samenleving steeds meer individualiseert. Je komt in een veilige schoot terecht waar je als jongvolwassene je grenzen op een – meestal – veilige manier kunt opzoeken. Je kunt je ontplooien, je groeit, dus dat heeft hele mooie kanten. Het blijft een plek waar de elite samenkomt en waar je handige contacten kunt opdoen voor later, dat is voor sommigen ook een aantrekkelijk aspect. Wat mij ook heel erg trok aan het corps is dat het bijzondere plekken zijn met mooie tradities, waar je op hoog niveau kunt toneelspelen, roeien of debatteren. Mijn man, die geen lid is geweest, vindt het altijd opvallend dat mensen die bij het corps hebben gezeten allemaal zo goed kunnen speechen. Dat zijn allemaal positieve dingen.”
Nog een reden waarom ik uitkeek naar dit gesprek: dit jaar zijn veel kinderen van vriendinnen lid geworden van het corps. Allemaal kinderen van ouders die zelf nooit lid waren en vrij kritisch zijn ten opzichte van studentenverenigingen. Eén van hen is op dag drie van de ontgroening opgestapt, de rest vindt het geweldig.
Jojanneke: “Het aparte is dat, ondanks de uitwassen zoals de bangalijsten en het anaal ringwerpen, de populariteit groeit.”
Ik heb een time-out nodig. Anaal ringwerpen?
Jojanneke: “Dat was een tijd terug in het nieuws. Jongens van het USC – het Utrechtsch Studenten Corps – hadden een stripper naar de sociëteit laten komen en gingen ringwerpen om een fles in haar achterste. Niet smaakvol, niet slim. Maar het blijkt heel lastig om dit te veranderen. Een cultuurverandering moet van binnenuit komen, en om dat te bereiken moeten prominente oud-leden zich veel meer uitspreken. En dat gebeurt niet. Of in ieder geval veel te weinig. De vereniging is zo’n gesloten bastion. Het USC zegt dat de bangalijsten niets te maken hebben met hun normen en waarden. Wat een onzin. Ik hoopte – en hoop – met het boek een aanzet tot dat uitspreken te geven.”
Een van de hoofdpersonen uit Uf is David, die worstelt met zijn seksualiteit, maar daar binnen de corporale cultuur niet voor uit durft te komen – met gevolgen die niet alleen hem, maar ook hoofdpersoon Eline raken.
Jojanneke: “Veel jongens uit mijn studententijd kwamen pas later uit de kast, omdat heteroseksualiteit bij het USC zachtgezegd de norm is. Amsterdam is wat dat betreft een stuk opener. Het gekke is dat het wél geaccepteerd was – en is -als vrouwen op vrouwen vielen. UVSV had de naam een pottenclub te zijn. Genoeg meisjes hadden op de vereniging relaties met elkaar, dat was allemaal heel vrij, maar bij de mannen was dat haast ondenkbaar. Ik vond dat heel verdrietig. Het zit diep in de cultuur. Ik denk ook dat ouders een belangrijke schakel zijn in het veranderen van het corporale klimaat. Veel ouders leggen een grote druk op hun kinderen: lid worden is niet genoeg, je moet in een huis en jaarclub of dispuut terechtkomen dat hoog in aanzien staat. En als je dat eenmaal bereikt hebt doe je eerder mee aan dingen die je normaal misschien niet zou doen om die plek te behouden. Ga daar als jonge jongen maar eens nee tegen zeggen als je huisoudste vraagt om een bangalijst te maken of seks te hebben met je deur open. Doe je dat soort dingen niet, dan lig je er misschien wel uit. Dat is een lastige positie.”
In Uf komen dit soort uitwassen ook voorbij.
Ik vertel Jojanneke over een verhaal dat ik eens hoorde: een volwassen vrouw die op reünie van het corps met een student in bed belandde. De volgende dag kwam ze thuis en hoorde van haar man dat er een foto rondging van haar, met daaronder de tekst ‘milf getackeld’.
Jojanneke: “Dat is allemaal zo lelijk, en zo verankerd in die jongenscultuur. Daarom zou ik er toch denk ik ook echt moeite mee hebben als mijn zoon lid zou willen worden. Het is als jongen gewoon heel moeilijk om overeind te blijven in die cultuur zonder hierin mee te gaan. Bij mijn dochters zou ik er veel minder moeite mee hebben, omdat die vrouwencultuur toch veel minder heftig is en daar – wat mij betreft – de leuke kanten van het corps de overhand hebben. Maar het duurt nog wel even, mijn zoon is pas tien. Wellicht staan de zaken er tegen die tijd een stuk beter voor.”
Ik ben benieuwd wat voor Jojanneke het startsein gaf om te gaan schrijven.
Jojanneke: “Ik ben eigenlijk al begonnen met stukjes opschrijven toen ik nog in Utrecht studeerde. Ik dacht: dit is zo’n bijzondere wereld, dat wil ik vastleggen. De afgelopen twintig jaar heb ik er af en aan aan gewerkt en wist ik nooit echt zeker of ik er iets mee zou doen. Soms is het fijn om een droom een droom te laten. Maar toen mijn vader twee jaar geleden overleed, dacht ik: het leven is niet oneindig. En toen ben ik er echt serieus aan begonnen.”
En dan de praktische vraag: hoe doe je dat, als documentairemaker en moeder van drie jonge kinderen?
Jojanneke: “Schrijven is gewoon elke dag doen, doen, doen. Ik ben ook af en toe bij mijn moeder gaan zitten of een paar dagen naar Frankrijk gegaan om daar verder te werken. Ik vond het een heerlijk proces – ik heb ervan genoten om de personages te laten leven en het verhaal uit te diepen. Alleen het eindproces vond ik vreselijk; ik ben heel perfectionistisch. Elke keer zie je een punt of komma die anders kan. Ik heb mezelf daar helemaal dol mee gedraaid.”
Ik, als niet-corpsmeisje, heb nog even bijles nodig, dus ik pak mijn moment. Geru is de Gemeenschappelijke Ruimte en de pit blijkt de tv in corpstaal te zijn.
Is er in het leven van Jojanneke inmiddels sprake van het bekende zwarte gat?
Jojanneke: “Eigenlijk helemaal niet. Na dat eindproces met komma’s en punten ging mijn boek al snel naar de drukker, en vlak daarna begon het hele mediacircus met interviews. De uitgever heeft mijn roman getoond op de Frankfurter Buchmesse en mogelijk volgt er een Engelse vertaling. En er zijn die gesprekken over een verfilming. Allemaal heel bijzonder om mee te maken. Dus een zwart gat? Nee. Ik zit er nog middenin.”
Nu ik Jojanneke toch aan de telefoon heb, wil ik nog wel even weten hoe het met Binkie en Eline verder is gegaan. Maar hoe dat afloopt, dat vertel ik je – wegens verklapgevaar – wel een keer één op één.
Uf is te koop bij de betere boekhandel en bijvoorbeeld ook hier.
Mocht je het leuk vinden voor Sinterklaas Uf cadeau te doen op naam en gesigneerd en met een persoonlijke opdracht, zo’n exemplaar kun je hier bestellen.



