‘’Ja, badminton?!’’ – de reacties die ik krijg op mijn sport

Er zijn momenten in het leven waarin je je realiseert hoeveel vooroordelen mensen bij zich dragen. Wanneer je iemand vertelt dat je niet van horrorfilms houdt, bijvoorbeeld. Of dat je jarenlang vegetarisch hebt gegeten. Of dat matcha je, ondanks de hype, toch niet heel erg aantrekt. Dan word je aangekeken alsof je zojuist hebt aangekondigd allergisch te zijn voor zuurstof. Mijn all time favorite? De reacties die ik krijg wanneer ik vertel dat ik mijn dinsdagen, donderdagen en zondagen in een badmintonhal doorbreng.
‘’Hoe haal je het in je hoofd?’’
Ja, badminton. Zodra mensen erachter komen dat dit mijn sport van keuze is, gebeurt er altijd hetzelfde. Er wordt geknipperd. Dan kantelen ze hun hoofd een beetje. Soms komt er een zachte ‘’oh?’’ uit, die klinkt alsof ze hun mentale foto van mij even opnieuw moeten scherpstellen. En het eindigt met hun kaak nog net niet op de vloer.
Nog voordat ik kan uitleggen waarom ik ervoor kies zestien ganzenveren en een kurk over een net heen te slaan, begint het vragenvuur al. En de eerste vraag is altijd dezelfde: ‘’Hoe ben je daarbij gekomen?’’ Wat eigenlijk betekent: ‘’Hoe haal je het in je hoofd?’’
Het antwoord is simpel: mijn moeder
Toen ik net-wél net-niet kon zitten gebruikte mijn moeder en mijn broer mij al als ‘middenpunt’ om te bepalen waar het net zou staan. Dan speelde ze doodleuk rally’s over mijn hoofdje heen. Mijn lieftallige broer vond het dan nog wel eens leuk om ‘per ongeluk’ een shuttle mijn kant op te meppen. Je zou zeggen dat ik hierdoor gillend weg zou rennen van de sport, maar deed ik het tegenovergestelde.
Ik ben lang niet de enige. Binnen de club zie ik best vaak kinderen en hun ouders samen op de baan staan. Ik zie het als een soort sportieve erfenis die je onbewust doorgeeft. Een beetje als die kleine familieritueeltjes waarvan niemand meer weet hoe ze zijn begonnen. Dat maakt de sfeer op de club ook zo leuk. Je hebt nog geen shuttle geslagen of het voelt al vertrouwd.

Badminton als vakantieherinnering
Maar goed, terug naar het gesprek. Want zodra de eerste vraag netjes is afgehandeld, wordt vraag twee meteen in gereedheid gebracht. Het is de volgende zin in het script dat iedereen woord voor woord lijkt te kennen. ‘’Speel je dan ook wedstrijden?’’
Deze vraag wordt meestal op zo’n toon gesteld dat ik soms denk dat mensen geloven dat badminton alleen thuishoort tussen twee plastic tuinstoelen op een net iets te schuin grasveld. Dus ja, ik speel wedstrijden. Competitie, zelfs. Met echte teams, echte tegenstanders en echte shuttles, die sneller vliegen dan je denkt. Het is bijna aandoenlijk dat mensen dan nóg verbaasder kunnen kijken.
Badminton is sneller dan je denkt
Veel mensen hebben een zachtaardig beeld van de sport. In hun hoofd dwarrelt de shuttle langzaam naar beneden, zoals die op de camping ongetwijfeld deed. Voordat je slaat zou je nog een selfie kunnen maken, bewerken, uploaden en zelfs dan nog het punt binnenhalen. Helaas is dit niet zo. Badminton is snel. Heel snel. Het is sprintjes trekken, draaien, opvangen, afremmen, slaan en weer rennen. Ik sta standaard als een tomaatje op de baan. En neem het van mij aan: charmant is anders.
Een goede vriendin van mij geloofde het allemaal niet. ‘’Oke, maar hoe moeilijk kan het nou echt zijn?’’, vroeg ze met het zelfvertrouwen wat alleen iemand die het nog nooit heeft geprobeerd kan hebben. Natuurlijk nam ik haar de volgende dinsdagavond mee. Al na drie rally’s keek ze me aan alsof ze het licht had gezien. Woorden waren niet nodig, haar gezicht vertelde alles. Sindsdien is ze bijna opvallend beleefd als ik het over mijn sport heb.

Waarom badminton voor mij meer is dan alleen een campingherinnering
Toch vind ik al deze reacties en vragen oprecht leuk. Badminton is voor veel mensen een vakantieherinnering; zon op je verbrande schouders, badslippers aan en de geur van de barbecue die al uren staat te pruttelen. Die zomers in Frankrijk dragen een soort nostalgie met zich mee waar mensen zich met liefde over uitlaten. En ik luister aandachtig mee.
Voor mij is badminton nu iets anders geworden, maar ik geniet er misschien nog wel meer van dan toen. Dus ja, ik besteed mijn dinsdagen, donderdagen en zondagen in met een badmintonracket in mijn hand. En ik zou het niet anders willen.



