We Live in Time staat eindelijk op Netflix en dit is waarom jij ‘m wil zien

Soms heb je zin om even heel hard te huilen. Niet omdat er iemand is overleden of je relatie net uit is. Af en toe wordt alle heisa, de vervelende collega’s en je zeurende ouders nét iets te veel. Hoe je dat het beste uit? Niet door in de auto al het water in je ogen te hebben staan, maar op de bank met een grote bak ijs. Je weet wel: zo’n avond dat je de gordijnen dichttrekt, een deken erbij pakt en jezelf toestemming geeft om lekker hard te huilen. Om in de stemming te komen, hebben wij daar de perfecte film voor die je compleet mag slopen: We Live in Time. Want zeg nou zelf: wie kan er nou nee zeggen tegen Andrew Garfield en Florence Pugh? Ook als je twee uur later met rode ogen en een gebroken hart op de bank zit. Geloof ons: deze film is het allemaal waard.
Waar gaat We Live in Time over?
Over, heel cliché, de liefde. Dit is zo’n liefdesverhaal dat je drie keer opnieuw wilt horen, maar helaas geen goed einde heeft. Tobias (Andrew Garfield) en Almut (Florence Pugh) ontmoeten elkaar nou niet echt op de allerromantischste manier. Sterker nog: ze rijdt hem letterlijk aan met haar auto. Niet echt de meet cute waar je op had gehoopt, maar wel eentje die uitgroeit tot een van de mooiste verhalen die ik in tijden in een film heb gezien.
Tobias zit midden in een scheiding wanneer hij Almut leert kennen. Zij is een ambitieuze chef met haar eigen restaurant. Hoewel hun levens totaal niet bij elkaar passen, kunnen ze niet om hun chemistry heen. Vanaf dat moment volgen we het hele leven van deze tortelduifjes. Je ziet ze verliefd worden, ruzie maken en dromen over de toekomst. Ze krijgen zelfs een dochter. Deze twee bouwen een leven op waarin alles op zijn plek lijkt te vallen, tot ze slecht nieuws krijgen. Almuts kanker is teruggekeerd. Maar ja: hoe ga je om met zo’n ziekte als je net alles in het leven hebt waar je van droomde? Zonder veel weg te geven kunnen we je alvast vertellen dat deze film je hart stevig vastpakt en pas loslaat als de aftiteling begint.
Waarom je jezelf best een huilavondje mag gunnen
Wat deze film echt goed onder de knie heeft, is de kracht van de simpelste dingen laten zien. Er zijn geen grote speeches en overdreven dramatische scènes die je ‘moeten laten huilen’. Het zijn juist die kleine, gelukkige momenten die pijn doen. Een blik tussen twee mensen die elkaar niet los willen laten. Een grapje tijdens het koken of een knuffel die net iets langer duurt dan normaal. Jij vond La La Land zielig? Wacht maar. Challenge accepted.
Dat mooie komt vooral door Andrew Garfield en Florence Pugh. Hun chemistry is zó goed. Er is geen seconde dat je denkt: “Ik zit naar een film met acteurs te kijken.” Of ze elkaar nou aan het plagen zijn, ruzie maken of zoenen: je ziet dat ze echt van elkaar houden. Dat is precies waarom deze film zo zielig is. En als je je schaamt om bij een film te huilen, dan ga ik je de les nu lezen en je wakker schudden: huilen bij een film is niet raar. Het is niet stom of dom: het is supergezond voor je. Het maakt je oprecht socialer en empathischer. Je brein weet niet dat je naar een nepverhaal zit te kijken en dus leer je ervan.
Heb jij dus zin in een avond waarop je je helemaal zielig mag voelen? Zet dan deze aan. Zet de airco aan, pak je deken (anders is het veel te warm). Zorg voor genoeg lekkere snacks en een doos tissues, want die ga je nodig hebben.



