In deze warme Europese steden ontvlucht je de herfst en de winter
(met de meeste zonuren én zo weinig mogelijk toeristen)

We moeten er toch echt aan gaan geloven: de kou is hier. Een jas is een levensbehoefte en geen fashionable accessoire dat je tijdens een net iets koelere zomeravond tevoorschijn tovert. Mijn kleurrijke zomertopjes hebben plaatsgemaakt voor vesten en herinner jij je die korte enkelsokjes nog? Die zijn al bezig met hun winterslaap. Ja, we kunnen niet aan dat koude weer ontsnappen in Nederland, maar wat je wél kunt doen, is alvast je warme getaway plannen voordat het echt rillen wordt. Je weet wel, naar zo’n plek waar toch nog wat lekkere zonnestralen zijn en je het je kunt permitteren om met een linnenbroek en een topje de deur uit te stappen. Gelukkig voor jou weten wij precies wat de beste steden zijn om nog uit te waaien, zonder dat je er twaalf uur voor hoeft te reizen en overspoeld wordt door andere toeristen. Want er is niets ergers dan te accepteren dat jij geen local bent, maar een enthousiaste toerist.
1. Valletta, Malta
De eerste plek gaat toch echt naar Valletta op Malta. Het is misschien niet de eerste locatie waaraan je denkt als je een zomerse vakantie plant, maar geloof mij maar: in november wil je hier echt wel heen. Overdag kan de temperatuur hier in november nog oplopen tot vierentwintig graden. Het koelt misschien ’s avonds af tot veertien graden, maar goed: alles is beter dan een Nederlandse negen graden met regen en wind. En in deze tijd van het jaar krioelt het er niet van de toeristen, maar van de locals.
Valletta is zo’n stad waar je van tevoren geen research naar doet omdat je denkt dat het toch niet zo bijzonder is en waar je dan compleet verbaasd over bent. De oude stad heeft alles voor een goed weekendje weg: een historisch centrum met honinggekleurde gebouwen, kronkelige straatjes waar geen einde aan komt en ook nog eens goede hotspots. Zoals de Barrakka Gardens, waar je je ogen uitkijkt bij de mooiste seizoensbloemen en de architectuur die je doet denken aan een Griekse tempel. Bovenaan heb je een uitzicht over de haven waarvoor je geen mensen tegen de grond hoeft te stoeien, want die? Die zijn er niet veel in november. Andere must-see bezienswaardigheden zijn de Victoria Gate, het Grand Master’s Palace, St John’s Co-Cathedral en de straatjes in de stad. Dat is eigenlijk het allerleukste aan Valletta: gewoon de straten afstruinen, langs marktjes en winkeltjes met lokale dingen, en naar de mooie gekleurde balkons kijken die op elk gebouw zitten. Maar goed. Ik draaf alweer te lang door.
2. Syracuse, Sicilië
Italië is eigenlijk altijd een goed plan. Ook als je met tien graden over een Italiaanse kerstmarkt in Bolzano loopt. Maar omdat jij juist die warmte op wil zoeken, kan dat in het land van pizza, pasta en Leonardo da Vinci. We gaan nu niet naar Rome of Florence, maar naar Syracuse op het eiland Sicilië. In november ligt de middagtemperatuur hier vaak rond de twintig graden. Natuurlijk kan er een bui vallen, maar dat vind je helemaal niet erg als je een bord pasta voor je hebt staan, in plaats van een broodje kaas voor de lunch.
Waar je vooral dat bord pasta wil eten, is in Ortigia. Dit is het historische hart van het eiland. Hier heb je lichte gebouwen en pleinen waar je spontaan langzaam van gaat lopen, zoals het Piazza Duomo. Hier heb je de kathedraal met een groot verhaal. Die begon namelijk ooit als een Griekse tempel voor de godin Athena. Daarna werd het een kerk, een moskee en toen wéér een kerk. Bekijk de Fontana di Diana en loop dan door naar de zoetwaterbron Fonte Aretusa. Eindig de dag bij het oude kasteel Castello Maniace en bereid je voor op nog een paar dagen Italiaans genieten. Ga (behalve op zondag) naar een echte lokale markt, eet een arancino, bestel een granita met een zoet broodje als ontbijt en vergeet niet een echte, verse cannolo te eten. Slaap in een hotel met uitzicht op zee en geloof mij: na deze reis ben je een ander mens.
3. Corfu, Griekenland
Een andere warme plek is Corfu, in Griekenland. De Griekse eilanden, waaronder Corfu, kunnen zelfs in november nog de eenentwintig graden aantikken. Dat komt echt als geroepen. Bij Corfu denk je waarschijnlijk aan stranden, all-inclusive en mensen met een veel te rode nek, maar in het najaar is het een compleet ander eiland. De drukte is weg en wat overblijft is groen, groen en nog meer groen. Corfu ligt namelijk wat noordelijker dan de meeste Griekse eilanden en is daardoor een stuk minder kaal dan je misschien verwacht.
Begin in Corfu-Stad, of Kerkyra zoals de Grieken zeggen. Deze stad staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO, en dat snap je zodra je er rondloopt. De Venetianen en Fransen hebben hier flink huisgehouden, en dat zie je aan alles: statige gebouwen met bogen, smalle straatjes vol balkonnetjes en verschoten luiken. Op de Liston, de beroemde arcade aan het grote plein Spianada, bestel je een Griekse koffie en kijk je gewoon even een uurtje naar de mensen. Niemand die je wegjaagt, want er staat geen rij achter je. Klim daarna naar het oude fort voor een uitzicht over de hele stad, of stap binnen bij Patounis, een zeepmakerij waar ze al meer dan honderdvijftig jaar olijfoliezeep maken op de ouderwetse manier. Het perfecte souvenir, en het ruikt ook nog eens beter dan een magneetje. Bezoek het Vlacherna-klooster als je nog tijd hebt en sluit je reis af door het Achilleion-kasteel te bezoeken. Hier woonde niemand minder dan keizerin Sisi. Dat is toch cool?
4. Gibraltar
Op die vierde plek in onze warmteranking staat Gibraltar. En dan niet specifiek één stad, want Gibraltar is een verhaal apart. Dit Britse overzeese gebied is geen land, maar een nederzetting. Het is dus eigenlijk een eigen stad met een eigen parlement dat onafhankelijk is, maar een soort van nog onder de Britse Kroon valt. Zie het een beetje als ons eigen Australische, Spaanse zusje. Zelf had ik hier weleens van gehoord, maar om dit mijn volgende vakantiebestemming te maken? Daar zou ik niet zo snel aan denken, totdat ik de temperaturen in november zag. Wanneer het bij ons niet eens boven de tien graden kan komen, zitten ze in Gibraltar nog met negentien graden in het zonnetje.
Stel je eens voor: overal staan rode telefooncellen. Er zijn Britse agenten, je kunt fish and chips in pubs eten en je kunt de zonsondergang zien tussen palmbomen. Dat kan allemaal in Gibraltar. Hier kun je zelfs (ja, houd je vast) apen bekijken. Op de Rots van Gibraltar, waar je met een kabelbaan kunt komen, wacht namelijk een welkomstcomité van zo’n driehonderd berberapen op je. Die mag je niet voeren, maar je kunt ze wel bekijken. Bezoek daarna St. Michael’s Cave en boek een boottocht om dolfijnen te spotten. Want het klinkt misschien gek, maar de winter is hier juist hét dolfijnenseizoen. En deze keer hoef je de boot niet te delen met allerlei cruiseschipdagjesmensen die te veel zonnebrand op hebben en naar bier stinken. Zelfs een kerstmarkt bezoeken terwijl je een zomerjurk en een dun vestje draagt, kan hier. Shop daarna nog wat belastingvrij op Main Street en ga de uitdaging aan om de Skywalk te doen. Dit is een glazen vloer die boven een afgrond zit. Over daredevils gesproken… Wauw.



