En de route was fascinerend. We reden over hobbelige wegen langs eindeloze uitgestrekte zandwoestijnen met af en toe een vervallen huis en eindigden op onze bestemming: La Hacienda Hotel. Er is maar één woord om deze plek te beschrijven: paradijs. Een gigantisch zwembad omringd door hotelkamers, uitzicht op de zee en helder groen gras en palmbomen. Helaas hadden we precies 30 minuten om in te checken en zoveel mogelijk van het landschap op te nemen, een paar ‘oohs’ en ‘ahhs’ te laten horen, voordat het volgende item op onze agenda: een bezoek aan het Paracas National Reserve.
Het park ligt in de regio Ica en beslaat 335.000 hectare (!) land. Stel je een gigantisch stuk van de maan voor, dorre droogte, uitgestrekte vlaktes, hoge bergen en enorme kliffen. Een ander koor van ooh’s en ahhs volgde voordat we naar een ander deel van de zandduinen gingen waar ‘buggy’s op ons wachtten voor een beetje racen. Deze buggy’s waren een soort open karretjes die als speren door het zand bewegen.
‘Het is als een achtbaan,” vertelde onze gids ons van tevoren, en dat is precies wat het was. Als je ooit in de buurt bent; ik kan dit ten zeerste aanbevelen. Vooral toen we op de top van een van de zandduinen eindigden met uitzicht op de ondergang van de zon, en het diner werd geserveerd (inclusief champagne) in iets dat op een tent leek omringd door een stel kussens. Ik kreeg ineens de drang om iedereen die daar was ten huwelijk te vragen, zo romantisch was het.
“De nacht volgde, en na een klein glas wijn in de hotelbar ging ik weer op een kinderlijk tijdstip naar bed, totdat mijn alarm me om 7 uur ”s ochtends wakker maakte voor onze volgende excursie: de Ballestas-eilanden. De eilanden lijken op gigantische rotsblokken in het midden van de Stille Oceaan. Om er te komen, voeren we op een soort speedboot, en laat me je vertellen, alles wat je ziet is ongelooflijk.
Mensen verwijzen naar hen als de ‘Peruaanse Galapagos-eilanden,’ omdat ze vol zitten met zeeleeuwen, pinguïns, vogels en ander zeeleven. Je vaart rond de eilanden, eronderdoor, of recht doorheen en praktisch overal zie je dieren op rotsen rusten en vogels vliegen boven je hoofd. Een totaal bizarre plek op de aarde, zo afgelegen en zo ontzettend mooi.
Na deze opmerkelijke tour stapten we weer in onze bus die ons naar Huacachina bracht. Huacachina is een klein dorp (115 inwoners) gebouwd naast een oase. Heb je ooit een oase gezien? Het is insane, middenin een eindeloze zee van zand. Omringd door palmbomen. Rondom de oase zijn er tal van toeristische attracties; buggy-ritten, zand surfen, of gewoon naar beneden rollen van de zandduinen in het algemeen. Iets voor iedereen eigenlijk.
De volgende halte is het hotel vanwaar ik dit schrijf: Hotel Vinas Queirolo. Een hotel dat ook een wijngaard heeft, 80 hectare wijnstokken die ongeveer 5 miljoen liter wijn per jaar produceren. Dit hotel is ook een soort paradijs, en we hadden ongeveer een uur om bij het zwembad te ontspannen, wat precies is waar je me kon vinden. Na een rondleiding door de plaats, een wijnproeverij en diner, ging ik totaal uitgeput naar bed. Eerste indrukken? Peru is GROOT, en het kan een beetje moeilijk zijn om te begrijpen hoe het land in elkaar zit, omdat er zoveel uitgestrekte leegte is, maar alles wat we zagen is verbazingwekkend en zo de moeite waard om te bezoeken. Dus ga verder en boek een ticket. Ik zorg ervoor dat er binnenkort een uitgebreide reisgids hier voor je is.
Vlak voor ik naar New York vertrok ontving ik een e-mail in mijn inbox met de vraag of ik geïnteresseerd zou zijn om een week naar Peru te gaan om het land te ontdekken en….
Na aankomst in een inmiddels donker Lima gingen we meteen naar het hotel, waar ik tollend van de vermoeidheid vrijwel direct naar bed ging. De vlucht duurde iets langer dan 12 uur, ik was nét over m’n jetlag van New York heen dus al met al; de wereld draaide en ik moest slapen. Een vrij onrustige nacht volgde (jetlag) en werd opgewacht door een vroege ochtend, want we gingen per auto naar Paracas, wat een goede 4 uur rijden was.
En dat was een fascinerende route. Over grotendeels hobbelige wegen en langs eindeloos veel uitgestrekte zandleegte met her en der een krakkemikkig huisje, kwamen we aan in het La Hacienda Hotel, wat niet met andere woorden dan ‘paradijselijk’ te omschrijven is. Een gigantisch zwembad met omliggende kamers, uitzicht op zee en overal felgroen gras en hoge palmbomen. Jammer genoeg hadden we precies 30 minuten de tijd om in te checken, ‘oh’ en ‘ah’ te roepen, want het volgende onderdeel stond alweer op het program: een bezoek aan het Paracas National Reserve.
Dat park ligt in de regio Ica en is in totaal 335.000 hectare (!) groot. Je moet je een soort gigantisch maanlandschap voorstellen, dorre droogte, uitgestrekte vlaktes, hoge bergen en enorme kliffen. Nadat we hier wederom veel ‘oh’ en ‘ah’ hadden geroepen reden we een stukje verder naar de zandbergen, alwaar we met een ‘buggy’ dwars door de bergen gingen racen. Een buggy is een soort open karretje dat met een bloedgang door het zand scheurt, letterlijk récht op enorme zandmuren afgaat en zonder morren recht omhoog rijdt om vervolgens bijna een vrije val weer naar beneden te maken.
“It’s like a rollercoaster,” sprak onze gids van tevoren, en dat is inderdaad precies wat het was. Mocht je hier ooit rondreizen; ik kan je dit enorm aanraden. Zeker toen we eindigden bovenop een zandberg, met uitzicht op de ondergaande zon, waar een soort tent met kussens klaarstond voor een avondmaal, inclusief champagne. Ik kreeg enorm zin om iedereen spontaan ten huwelijk te vragen, zo romantisch was het.
De avond volgde en na een klein glas wijn inde hotelbar ging ik weer op een kinderlijk tijdstip slapen, totdat de wekker me om 07:00 uur wakker rinkelde voor de volgende excursie: de Ballestaseilanden. De eilanden zijn meer grote rotsblokken, middenin de Stille Oceaan. Met een soort speedboot vaar je er naartoe en wat je ziet is werkelijk waar ongelofelijk.
Ze worden ook wel de ‘Peruaanse Galapagos’ genoemd, want de eilanden liggen vol met zeeleeuwen, pinguïns, vogels en andere zeedieren. Je vaart om de eilanden heen, eronderdoor, er dwars doorheen en overal zie je zeedieren op rotsen liggen en vogels over je hoofd vliegen. Een totaal bizar stukje natuur, dat daar maar een beetje afgelegen in het water ontzettend prachtig ligt te wezen.
Daarna stappen we weer in ons busje dat ons naar Huacachina brengt. Huacachina is een dorpje (met 115 inwoners) gebouwd bij een oase. Heb je weleens een oase gezien? Het is echt zo vreemd, temidden van eindeloos veel zand zand zand is er opeens een grote plas water, omringd met groene palmbomen en tropische aangezichten. Om de oase heen is vooral veel toeristisch vermaak te vinden; zo kun je ook hier met een buggy over de zandbergen rijden, naar beneden zandsurfen of natuurlijk zelf naar beneden rollen. Voor ieder wat wils.
De volgende halte is het hotel vanwaar ik dit nu schrijf: Hotel Vinas Queirolo. Een hotel dat ook een wijngaard is, met 80 hectare wijnranken die per jaar zo’n 5 miljoen liter wijn produceren. Ook dit hotel is enorm paradijselijk en we hadden zowaar een klein uurtje de tijd om aan het zwembad te liggen, dus je begrijpt waar ik dat uur te vinden was. Na een rondleiding over het terrein, een wijnproeverij en diner rolde ik weer totaal gesloopt m’n bed in en tik daar deze diary. Eerste indrukken? Peru is gróót, het is af en toe moeilijk om te begrijpen hoe het land in elkaar zit omdat er zoveel leegte is, maar de dingen die we zagen waren extreem mooi en ontzettend de moeite waard. Dus boek dat ticket maar vast, binnenkort komt er namelijk een uitgebreide travel guide hier op de site.