JET DOET NEW YORK

Het is 4 uur in de ochtend en ik ben klaarwakker. De jetlag heeft me te pakken. Alle anderen in huis (May Britt, Liesbeth en Peggy) waren zo verstandig om een slaappil te nemen. Ik lig in een heel hoog, zacht eenpersoonsbed. De deken is dik, een beetje synthetisch met een wit overtrek. Heerlijk. Alles ruikt naar vers wasmiddel. Ik voel de chocolatechipcookie die ik de vorige avond heb gegeten zitten, dus ik spring uit het bed en trek mijn renkleding aan. Een nieuwe legging met op het linkerbeen heel groot New York, zwarte Nike sneakers en mijn Amayzine-trui.

Dan neem ik een theelepeltje green kamut poeder, een overblijfsel van mijn detox van vorige week. Het schijnt de beste bezem te zijn voor je lichaam. Ik voel dat ik ‘m kan gebruiken. Ik loop de deur uit de trap af. Bijna net zo’n trap als Carry had. Rechtsaf is de kant op van de nachtdeli waar we gisteren allerlei zoetigheden kochten. Ik kies nu voor links, de weg naar Central Park. Alicia Keys (inderdaad met HET nummer) begint in mijn koptelefoon hard te zingen.

De straten zijn stil, donker en ik heb een lichtgevend bandje om mijn bovenarm. Ik begin te rennen. Een klein golfje van geluk spoelt door mijn lichaam. Ik loop hier gewoon in f* New York. Het wordt een perfecte intervaltraining, want hier en daar loopt een dwaas of een verdwaalde dronkenlap, waardoor ik soms een tikkie harder moet lopen. Central Park zelf is niet goed verlicht en er ligt veel sneeuw, dus ik loop eromheen, via een schoongeveegd pad.

Op de terugweg loop ik langs Starbucks. Het is zes uur en er staat al een rijtje mensen te wachten tot hij open gaat. Ik ren nog een klein blokje, om daarna voor iedereen in ons huis koffie te halen. En ja hoor, om precies kwart over zes bestel ik twee groene thee, één latte en een soya cappucino. Ik voel me een echte, echte New Yorker. Bij thuiskomst serveer ik Peggy koffie op bed. De anderen slapen nog. Voordat het allemaal koud wordt drink ik alles lekker zelf op. Ik geloof dat ik hier wil wonen.