Bont is weer hip

Lies-bont

Vorige week werd bekend dat Karl Lagerfeld zich naast de couture show voor Chanel nóg een couturecollectie op de hals gaat halen. En wel voor Fendi. De collectie zal op 8 juli in Parijs getoond worden en draagt de naam “Haute Fourrure”, wat zoveel betekent als bont met nog een beetje bont en tot slot wat bont op een bedje van bont. Kortom, een hoop dode beesten. Ik weet het niet hoor, maar last time I checked was bont nogal not done. Wat is er gebeurd?

In de jaren ’90 was de anti-bontlobby gigantisch. Weet je nog al die PETA-campagnes van supermodellen die naakt poseerden met de tekst “I’d rather go naked than wear fur”? Bij modeshows en andere high profile events werden bontdragers regelmatig met rode verf ondergekieperd en de consensus was vrij duidelijk: bont dragen is niet oké. Maar van dat beeld lijkt nu weinig meer over.

Maar wat ik altijd vreemd heb gevonden is dat zoveel bonthaters zelf wel op leren schoenen lopen, een tas van leer hebben en make-up gebruiken van merken die dat vooralsnog op dieren testen.

Uit cijfers van een onderzoek gedaan door Price Waterhouse Coopers blijkt dat vorig jaar de wereldwijde bontindustrie goed was voor $40 miljard (!), dat is net zoveel als de hele wifi-industrie. Het jaar daarvoor, in 2013, ging in de VS alleen al de bontverkoop met 10% omhoog in vergelijking met de verkoop in 2012. En ook de ontwerpers die met bont werken vermeerderen zich in rap tempo; in 2000 waren dat er nog maar 40, tegenwoordig zijn dat er ruim 500.

Een stijgende lijn in de bontverkoop en het bontgebruik dus, en dat terwijl we regelmatig worden overstroomd met gruwelijke filmpjes waarin dieren op barbaarse wijze van hun vacht worden ontdaan. Maar die stijgende lijn lijkt zich nog wel even voort te zetten. Bont kan tegenwoordig goedkoper aangeboden worden en wordt zo ook bereikbaar voor jongeren en minder gefortuneerde mensen, waardoor de vachten meer en meer in het straatbeeld komen én daar blijven.

“Fur is Fendi, and Fendi is fur.”

Daar doet Fendi dus nog een schepje bovenop. Op zich is het trouwens niet heel erg onverwachts, Fendi heeft altijd een innige relatie met bont gehad. In 2013 zei Karl Lagerfeld zelfs: “Fur is Fendi, and Fendi is fur.” Fendi heeft een bontatelier waar meer dan 40 mensen fulltime werken, die bij elkaar zo’n 600 jaar ervaring hebben in het werken met bont. “Mensen investeren graag in een bontjas van Fendi omdat ze weten dat die door de beste handen in de wereld is gemaakt”, zegt de CEO van Fendi Pietro Beccari.

Fendi is overigens niet het enige merk met liefde voor bont. Onder andere Gucci, Michael Kors, Giorgio Armani, Marni, Roberto Cavalli en Burberry lieten in hun laatste collectie allemaal stukken met bont zien. En ook op straat zagen we het veel, in New York droeg 1 op de 5 vrouwen zo ongeveer een bontjas – nep of echt. En één van die vrouwen was ik. Een nepbontje, maar toch.

Nu ben ik persoonlijk een enorme dierenvriend en in die hoedanigheid tegen elke vorm van dierenmishandeling. Maar wat ik altijd vreemd heb gevonden is dat zoveel bonthaters zelf wel op leren schoenen lopen, een tas van leer hebben en make-up gebruiken van merken die dat vooralsnog op dieren testen. Is dat dan niet een heel rare dubbele standaard? Waarom mag het één wel en het ander niet? Bovendien is bont niet het enige probleemmateriaal, op de site van De Dierenbescherming staat te lezen dat er met wol ook veel problemen zijn. 80% van de wol die in Nederland verkocht wordt komt uit Australië en wordt “op zeer dieronvriendelijke wijze verkregen. Lammetjes moeten kort na hun geboorte al een aantal zeer pijnlijke ingrepen ondergaan, waardoor de sterfte onder lammetjes mede daardoor zo’n 20% tot 40% is voordat ze 8 weken zijn.” Maar daar hoor je zelden iemand over.

“nu maar hopen dat ze jou ook levend komen villen voor je huid. Je verdient het.”

Mede door PETA is het algemeen bekend dat bont vaak (maar niet altijd) op dieronvriendelijke wijze wordt verkregen. Niet altijd zeg ik, want het is echt niet meer zo dat bont per definitie via martelpraktijken wordt verkregen. Er zijn legio van instanties en instellingen die erop toezien dat het bont verkregen wordt binnen de grenzen van het toelaatbare. En trouwens, denk niet dat de koeien en varkens die in de schappen van Albert Heijn liggen zo’n zonnig leven hebben gekend. Antibontmensen zijn altijd zó vreselijk fel dat er geen zinnig woord met ze te wisselen valt. May-Britt schreef vorige week dit postje over bont, waarin ze niet eens een echt standpunt inneemt, en meteen kreeg ze op Twitter te horen “nu maar hopen dat ze jou ook levend komen villen voor je huid. Je verdient het.” Ik vraag me erg af of die Twitteraar ook vegetariër is en nooit op leren schoenen loopt.

Het is heel erg bon ton om tegen bont en daarmee tegen dierenleed te zijn, maar om die overtuiging ook daadwerkelijk uit te voeren is soms moeilijker dan gewild. Dat Fendi een bontcollectie gaat uitbrengen gaat mij persoonlijk veel te ver, en minder dode dieren is altijd een goed idee, maar ik vind het jammer dat een kritische discussie over dit onderwerp volstrekt onmogelijk is zonder dat er doodsbedreigingen worden uitgedeeld en mensen witheet in het rond beginnen te schreeuwen. Het probleem ligt bij dierenleed, en daar is bont slechts één uiting van. Grote merken die voor veel geld hun bontstukken verkopen, zullen vaker dan antibontmensen willen toegeven op toelaatbare wijze aan hun bont komen. Wat wel een probleem is, is dat doordat de dure merken het zo promoten openlijk omarmen, goedkopere merken het gaan kopiëren – en díe werken vaak met slechter en dus dieronvriendelijker bont. Kijk, en dat is natuurlijk niet de bedoeling.