Travel & Hotspots

PARIJS-TIPS

Post-Liesbeth_-Parijs-tips-1

Op moment van schrijven ben ik in Parijs. Preciezer: ik zit op het terras van mijn ultieme favoriet Café Charlot, aan een klein rond tafeltje, met een gigantische heater bovenop m’n kop en er wordt straks een glas witte wijn gebracht. Parijs is zo’n stad waar je je altijd meteen thuis voelt, waar je direct zou willen wonen. Die zo tot de verbeelding spreekt en je altijd zo gelukkig maakt, al is het maar door het belachelijk lekkere brood. Inmiddels zijn uw editors flink wat keren in deze stad geweest en dat heeft ons veel kennis en wijsheid opgeleverd. Niet per se over het leven (was het maar zo), maar wel over de stad.

 

Neem contant geld mee

Parijs is een wereldstad, maar tegelijkertijd leven ze hier nog een beetje in de middeleeuwen. Dat je vrijwel overal mag roken is voor de rokers onder ons heerlijk, maar goed beschouwd is het natuurlijk van de zotte. Wat ook behoorlijk middeleeuws is, is dat je zonder cash geld niet ver komt. Tuurlijk, in restaurants kun je pinnen en met creditcard betalen, maar veel kleinere zaakjes accepteren je plastic pas vanaf een euro of tien. Kleine aankopen gaan vrijwel overal cash, zorg dus dat je altijd met een paar flappen op zak loopt.

 

Koop losse metrokaartjes

Het lijkt slim: een metrokaartje kopen waar je een hele dag mee kunt doen, zodat je niet steeds met die kleine fliebers rondloopt. Maar een enkeltje kost niet meer dan 3 euro, en een dagkaart doet rond de 20 piek. Tenzij je van plan bent om heel veel ondergronds te zijn op een dag haal je dat er nooit uit. Beter koop je dus een tiental losse kaartjes, daar doe je ongetwijfeld veel langer mee.

 

Bewaar je metrokaartje

En nu we het toch over die kaartjes hebben, gooi ze pas weg als je metroritje klaar is. Als in: officieel moet je kunnen aantonen dat je een kaartje hebt gekocht. Het lijkt voor de hand te liggen om dat ding weg te gooien zodra je door het poortje hebt, maar het kan gebeuren dat er bij je stop bij de uitgang politiemensen staan te controleren. Dat gebeurt zelden. Ik heb het in al mijn jaren Parijs één keertje meegemaakt, maar dat geintje heeft me wel 50 piek gekost omdat ik dat kaartje natuurlijk allang had weggegooid. Dat doe ik nu dus niet meer.

Post-Liesbeth_-Parijs-tips-2

Boek G7-auto’s

Ik doe altijd vrijwel alles met de metro omdat het netwerk geweldig is, je nooit in de file staat en het lekker goedkoop is. Maar áls je met de taxi wil gaan, doe dat dan met G7, de Franse versie van het Amsterdamse TCA. May-Britt scheurde ermee rond en vertelde enthousiast dat er ‘water, wifi en een chauffeur is die voor elk soort mobiel een oplader heeft.’ En dat allemaal terwijl je rondgereden wordt, klinkt inderdaad vrij goddelijk.

 

Leer basiswoordjes Frans

Fransen spreken natuurlijk heus wel Frans, maar ze eten liever nooit meer een stokbrood dan dat ze zonder morren Engels met je praten. Als je in je beste gebrekkige Frans om een ‘vin blanc’ vraagt, krijg je of een enórm verhaal in het Frans terug waarvan de ober ook wel kan weten dat je dat niet verstaat, of een zucht en een Engels antwoord terug, of überhaupt geen antwoord. Wel wordt het vaak gewaardeerd als je op z’n minst je best doet en daarna stamel je gewoon “Je m’excuse, mais je ne parle pas le Français.” En dan maar hopen dat je wel dat glas wit krijgt natuurlijk.

 

Heb vrede met rokers

Als je een intense hekel hebt aan roken en de geur ervan, dan is het misschien beter om niet naar Parijs te gaan. In New York ben je dan wellicht meer op je plek, daar worden rokers nog net niet gevierendeeld als ze er eentje opsteken. In Parijs is dat anders. In de winter zijn de terrassen voorzien van grote plastic ‘muren’, waardoor de rokers alsnog lekker in de warmte kunnen paffen. Ik zat deze week in zo’n serre enórm gelukkig te wezen, maar naast me zat een Amerikaans echtpaar dat met elke trek van mijn sigaret gigantisch begon te zuchten en theatraal de rook weg aan het wapperen was. Normaal houd ik daar best rekening mee. Hallo, dit is Parijs, íedereen rookt hier. Uiteraard is het binnen gewoon rookvrij, dus daar kun je dan heerlijk zitten, maar wie met één been op straat wil staan (en dat wil je, want daar is het het leukst) heeft de rook maar voor lief te nemen.