Travel

Science says: dit is waarom je het zo irritant vindt om Nederlanders op vakantie tegen te komen

By
Een vrouw dineert op een terras met spectaculair uitzicht op de oude stad van Dubrovnik en de Adriatische Zee bij zonsondergang.

Je kunt een backpacktocht door de jungle van India maken, drie uur lang niemand tegenkomen en denken dat je eindelijk echt van de paden bent afgeweken. Alles lijkt een droom, totdat je vanuit de bosjes ineens hoort: “Heb jij nog een bolletje pindakaas in je tas?” Zucht. Daar zijn ze weer: andere Nederlanders. Wij zijn werkelijk overal. Op een camping in Frankrijk, bij een infinity pool op Bali en vermoedelijk ook ergens op de top van de Mount Everest, klagend dat de koffie in hun thermoskan ijskoud is geworden. Hoe we dat weten? Omdat het onderzocht is: wij Nederlanders reizen het meest van alle Europeanen. Maar ja, dat betekent dus wel dat we elkaar overal blijven treffen. En stiekem vinden we dat allemaal bloedirritant.

Het is geen fabel: wij reizen echt het meest

We mogen dan in een klein kikkerlandje wonen, maar we weigeren daar langer te blijven dan strikt noodzakelijk is. Zodra we ergens een lang weekend hebben of er een goedkope vlucht opduikt, trekken we massaal de grens over. Volgens cijfers van Eurostat, het CBS van Europa, gaan wij kaaskoppen van alle Europeanen het meest op vakantie. Dat verklaart waarom je zelfs op een zogenaamd onontdekt Grieks eiland binnen een dag iemand uit Gouda tegenkomt die vertelt dat hij ‘hier al kwam voordat het toeristisch werd’. Dat is hartstikke leuk voor ons, maar minder leuk als je even geen zin hebt in Nederlanders. Want niets haalt je sneller uit je la dolce vita-fantasie dan een man in een afritsbroek die tegen de ober begint te praten over het feit dat de kaas hier toch echt anders smaakt.

Vorig jaar gingen er 10,8 miljoen Nederlanders minstens één keer weg. Op een mini-getaway naar Zuid-Frankrijk of een stedentrip naar Athene, bijvoorbeeld. Samen waren wij allemaal goed voor bijna 22 miljoen zomervakanties. Daarvan speelden 12,9 miljoen tripjes zich af in het buitenland. Wij Nederlanders gaan zo vaak weg dat we gemiddeld twee keer per persoon het vliegtuig pakken.

Waarom jij het zo vervelend vindt

Kijk. Het probleem is niet per se dát je Nederlanders tegenkomt. Het probleem is dat je ze al hoort voordat je ze ziet. Je ligt rustig met een boek aan een azuurblauw zwembad en ergens drie rijen verder roept iemand: ‘Jeroen, heb jij kamer 312 of 321? Want de airco doet het dus wéér niet.’ Vanaf dat moment kun je niet meer níét luisteren. Binnen tien minuten weet je hoe duur hun huurauto was, dat dochter Fenna eigenlijk liever naar Mallorca wilde en dat de rosé bij de Albert Heijn thuis beter smaakt. Dat is gewoon bloedirritant. Dit is juist het moment waarop je op vakantie graag even iemand anders wilt zijn. We willen de vrouw zijn die zonder op de klok te kijken een paar woorden vloeiend Italiaans spreekt en iedere ochtend verse vijgen op de markt haalt. Dat personage houdt geen stand als er een Nederlander naast je komt vragen of je ook uit Amstelveen komt. Weg mysterieuze vakantievrouw.

Misschien ergeren Nederlanders ons vooral omdat het onze eigen minst charmante trekjes uitvergroot. Thuis zijn we lekker direct, maar in een Spaans restaurant blijkt dat ineens neer te komen op luid vragen waarom er geen mayonaise bij de patatas bravas zit. We noemen onszelf goed voorbereid, maar eigenlijk bedoelen we dat we genoeg boterhammen met kaas hebben meegenomen om de vliegtuigreis te overleven. Die eigenschappen willen we eigenlijk achter ons laten. Dat is toch een partijtje moeilijk als je constant geconfronteerd wordt met het feit dat je stiekem toch wel heel erg typisch Nederlands bent.

En denk je dat jij wel meevalt? Haha. Dat vind ik schattig. Een Nederlander spot je zo uit duizenden door ons accent, onze kleding, onze lengte en natuurlijk onze gewoontes. Je kunt niet geruisloos in de lokale bevolking opgaan als je in een linnen blouse loopt, wandelschoenen draagt die zo in een ANWB-advertentie kunnen staan en een hervulbare Dopper hebt.

Vakantie in Andalusië- mijn favoriete tips na 25 jaar ervaring

Naar welke landen het meeste Nederlanders gaan (en welke landen jij dus wilt vermijden)

Vind jij het, net als ik, ook bloedirritant om Nederlanders tegen te komen? Dan wordt het best lastig om ze te vermijden. Wij verspreiden ons net zo snel als Amerikaanse trends over heel Europa. Toch zijn er zeker wel wat landen waar je elkaar bijna zeker tegen het lijf loopt. Deze top tien hebben wij (met wat hulp van het CBS) voor jou op een rijtje gezet.

1. Frankrijk

Met 2,15 miljoen zomervakanties staat Frankrijk overtuigend op nummer één als favoriete bestemming. Logisch, want Frankrijk heeft zon, wijn, kaas en campings waar je zonder schaamte je halve huishouden voor drie weken kunt installeren. Sommigen van ons voelen zich er inmiddels zo thuis dat ze bij de bakker ‘deux stokbrood’ bestellen en daarna vinden dat hun Frans best goed gaat. Ga je naar een camping in de Dordogne? Dan kun je net zo goed in eigen land op vakantie gaan, met dat hoge Nederlandse gehalte.

2. Duitsland

Voor mij persoonlijk is Duitsland geen land waar ik in de zomer naartoe zou willen gaan, maar vorig jaar maakten Nederlanders toch 1,73 miljoen tripjes naar het land van de glühwein en bratwurst. Op zich is het ook niet zo gek. Het is dichtbij, schoon, goed georganiseerd en perfect bereikbaar met de auto. Duitsland is eigenlijk ook een beetje Nederland, maar dan met bergen en grotere schnitzels. Praat Nederlands met een streng Duits accent, voeg een paar keer het woord ‘bitte’ toe en je zit die vakantie taaltechnisch wel goed.

3. Spanje

Kijk. Dat is toch meer een zomerbestemming. Naar de Costa del Sol gaan? Sign me up. Mijn getaway naar Barcelona was een van de 1,35 miljoen vakanties die wij Nederlanders in Spanje doorbrachten. Hier ben je zeker van de zon en voldoende terrassen waar de sangria in kannen komt. Vooral aan de costa’s is het bijna onmogelijk om geen Nederlanders tegen te komen. Wij zijn daar zo ingeburgerd dat er altijd wel ergens een friettent zit waar jij gewoon je frikandel speciaal kunt eten.

4. België

Belgieeee, Belgieeee. Dat ga je zingen, want ons andere buurland is ook een plek waar jij sowieso Nederlanders gaat tegenkomen. Zelf zou ik gaan voor die geweldige Vlaamse frieten, een Belgisch biertje en de vriendelijke toon waarop iedereen praat. Bovendien is België ver genoeg om te zeggen dat je naar het buitenland gaat, maar dichtbij genoeg om terug te rijden als je de oplader van je elektrische tandenborstel bent vergeten.

5. Italië

Dat wij bij Amayzine van Italië houden, is geen geheim. Met maar liefst 1,11 miljoen Nederlandse vakanties verdient Italië uiteraard haar vijfde plek in deze top tien. Hier komen we om net te doen alsof we onderdeel zijn van een stijlvolle Italiaanse familie. Overdag bestellen we een espresso aan de bar, zeggen we ’s avonds ‘buonasera’ tegen de ober en noemen we na drie dagen het dorp ‘ons vaste plekje’. Om vervolgens ’s ochtends wel te zeuren dat de hagelslag op is.

6. Griekenland

Of je nou naar Athene, Santorini of Kos gaat: wij houden van al die witte huisjes, de blauwe zee en natuurlijk de tzatziki. Het klinkt allemaal perfect, totdat je ineens voor een strandbedje moet betalen. Dan is de Nederlander ineens klaar met de mediterrane gastvrijheid en begint er een onderhandeling alsof de complete Griekse staatsschuld ter plekke moet worden opgelost.

7. Verenigd Koninkrijk

Voor 560.000 vakanties staken we het Kanaal over. Londen trekt ons met al zijn winkels, musicals en pubs. Even tot rust komen op het Britse platteland en daarna genieten van het drukke stadsleven. Maar ja. Wanneer jij denkt eindelijk een echte Engelse local te zijn, hoor je naast je iemand “Can I have the steak well done, but not too well done. Zeg maar… gewoon goed,” zeggen.

8. Oostenrijk

Ook in Oostenrijk kwamen we graag. Vorig jaar boekten wij samen 460.000 zomervakanties om te jodelen. In de winter komen we voor het skiën en de schnaps en in de zomer voor de adembenemende meren, bergen en wandelingen waarvoor we speciaal bij Bever een volledig nieuwe garderobe hebben gekocht. Nergens ziet de Nederlander er Nederlandser uit dan op een bergpad in een technisch wandelshirt, met twee stokken en een boterham met pindakaas voor de zekerheid.

9. Portugal

Als je naar een populaire plek wilt waar je niet op elke hoek Nederlanders tegenkomt, dan is Portugal een betere optie. Naar Lissabon, Porto of de Algarve. We houden er allemaal van dat we hier voor een glas wijn minder betalen dan voor een flesje water op Schiphol. Om vervolgens wel allemaal naar dezelfde drie brunchzaken toe te gaan die we op TikTok zagen.

10. Kroatië

De echte underdog is Kroatië. Of nou ja, underdog. We kozen wel 230.000 keer voor het land waar Game of Thrones is opgenomen. Dat is niet zoveel als Frankrijk, maar we komen er wel graag. Met de caravan langs het water en struinen door oude steden waar het voelt alsof je in de middeleeuwen leeft. Ik houd ervan. Maar je moet niet verbaasd zijn als je boven op een eeuwenoude toren in je ooghoek Gerda met een selfiestick “Cheese” hoort zeggen.

We kunnen er eigenlijk maar beter vrede mee sluiten. Wij Nederlanders zijn overal. Op een groot Frans terras, in een afgelegen dorp in Peru, in een woestijnkamp in Jordanië of in een huttencomplex in de Noorse wildernis. We’ll be there. Houd je koest, maak niet te veel geluid en dan lopen ze vanzelf langs je zonder een praatje te maken. Echt waar.