I’m writing this above the Atlantic Ocean somewhere between Toronto and Amsterdam. I was invited by Air Canada to play around in the province of Ontario and reported on the first two days here.
Tuesday we started off as real tourists on a hop on hop off double-decker bus. I spent two hours on that thing cruising around the city, I know about 80% of you will laugh at me but I’ll tell you I really enjoyed myself, I love double decker buses. After the bus trip we went to the ROM, The Royal Ontario Museum, not my cup of tea. In general I find museums rather interesting but here they had a display of old rocks, fossils and cases filled with coins and other trivial items. Besides the whole set-up was confusing to me and after getting lost a few times I called it a day and crossed the street to Starbucks for a shot of free Wi-Fi. An hour later I met up with my group and we proceeded with a city walk.
That’s the moment I really started to like Toronto. There are so many different areas each with their own unique atmosphere, the people are nice and relaxed, the houses pretty and the streets clean. After the walk I quickly returned to my hotel for two hours to work on my Macbook and before I know it it’s six o’clock and off to the lobby, our meeting point. We have an evening program: a baseball game at Rogers Stadium.
Toronto’s home team the Blue Jays are playing. Those of you who have been paying attention for the past six months know I’m not the biggest sports fan.. Not doing any sports myself because of a shortage of discipline and not watching for lack of will. Football can be banned for all I care; even during the World Cup I didn’t watch one single match. Therefore the last thing I expected was that this baseball game would be the highlight of my trip.
But little did I know. The moment we got closer to the stadium I started enjoying myself, all those fans in blue t-shirts, the anticipation hanging in the air, everything really. I decided to go all-in and buy a big foam hand, yelling BLUE JAYS BLUE JAYS until I started to believe I’m a real fan. Meanwhile looking at the game I don’t have a clue what it’s all about, even after having it explained to me three times. But no matter because man oh man did I have a good time. From now on I’m a baseball fan.
The next morning we left Toronto and went north to Oganquin Park. A park the size of The Netherlands apparently. There’s a canoe trip planned but when entering the park we hear it might be cancelled. Dark clouds are gathering above our heads and the wind is coming up strong and fast scaring away the birds. What starts out as a drizzle turns into a rainstorm and eventually hail with stones the size of grapes coming down. The bus driver stops as it’s impossible to see the road and we can hardly talk with the noise of hailstones hitting the roof of the bus being so loud.
Besides the hail and rain there are serious tornado warnings. We stop the bus and go into a visitors-center our guide telling us to stay away from the windows. Before obeying her I take a quick picture of the window seeing a dark twisty thing forming in the distance.
We wait till the worst part is over and the bus takes us to the place we plan to spend the night: Deerhurst Resort. A big resort hotel where the G8 Summit was held a few years back and Obama and Merkel slept in these beds.
The next morning the skies seem clear. But referring to common joke by the Canadians: “If you don’t like the weather, just wait 10 minutes, cause it will be completely different by then.” Luckily it stays dry and we get on the bus for a second try to hit the water.
We did it. We canoe over lakes and rivers, past waterfalls and dozens of beaver homes to end up back where we started. We have a little over 2 hours to fill and head over to a giant shopping mall/outlet where I only buy one pair of white Vans, so controlled. A little dozy we arrive at the airport, pass through security and customs and slide into the giant Air Canada plane where I’m writing this.
I had high expectations of Canada and most of them were met. The Niagara Falls are out of this world. Toronto has the same warm happy vibe as San Francisco, the natural environment is unsurpassed and the people are intensely friendly and warm. I don’t understand why I’ve never been to Canada before but I can tell you with certainly it won’t be the last time because I have acquired a taste for more. Lots more.
Als ik dit schrijf hang ik ergens boven de Atlantische Oceaan, tussen Toronto en Amsterdam. Op uitnodiging van Air Canada mocht ik een kleine week spelen in de provincie Ontario en hoe de eerste twee dagen waren verlopen vertelde ik hier al.
De volgende ochtend was het dinsdag, en die dag begonnen we als ware toeristen in een hop-on-hop-off-dubbeldekkerbus. Twee uur lang op dat ding de stad door, ik weet dat 80% van jullie me keihard uit zal lachen maar ik zal je vertellen, ik ben toevallig best wel dol op dubbeldekkerbussen. Na de bus gaan we naar het ROM, het Royal Ontario Museum, maar dat is niet mijn kop thee. Kijk heel veel musea vind ik wel interessant, maar hier lagen oude stenen, fossielen, vitrines vol met munten en andere zooi en bovendien begreep ik geen reet van de indeling van het museum dus verdwaal de hele tijd en besluit dan dat het genoeg is – dus ga naar de Starbucks aan de overkant voor een shot wifi. Een uurtje later ontmoet ik mijn groepje weer en we zetten een wandeling door de stad in.
Het is dan dat ik Toronto echt heel erg leuk ga vinden. Er zijn zoveel verschillende wijkjes met elk weer een totaal andere sfeer, de mensen zijn zo aardig en ontspannen, de huizen zijn mooi en de straten schoon. Na de wandeling snel ik terug naar het hotel voor een kleine twee uur achter m’n MacBook om te werken en dan is het alweer 18:00 uur en verzamelen we in de lobby van het hotel. Want er is nog een avondprogram: een baseballwedstrijd in het Rogers Stadium.
De Blue Jays spelen, het team van Toronto. Wie een beetje goed heeft opgelet in de afgelopen anderhalf jaar Amayzine weet dat ik niet per se de meest sportieve van de redactie ben. Voor zelf sporten heb ik een te groot gebrek aan ruggengraat en voor kijken naar andere sporten heb ik de wil niet. Voetbal bijvoorbeeld kan me gestólen worden en zelfs met het WK kijk ik zonder problemen geen enkele wedstrijd. Ik had dan ook niet echt verwacht dat deze baseballwedstrijd een hoogtepunt van mijn trip zou worden.
But little did I know. Als we het stadion naderen begin ik het eigenlijk direct al leuk te vinden, ál die mensen in blauwe shirts, de opwinding die er hangt, alles. Ik besluit all-in te gaan en koop zo’n foamhand en roep de hele tijd BLUE JAYS BLUE JAYS net zolang totdat ik bijna ga geloven dat ik echt fan ben. Ondertussen snap ik geen zak van het hele spel, ook niet als het me drie keer wordt uitgelegd, maar dat maakt niet uit. Uiteraard weet ik het voor elkaar te krijgen om ook nog een keer voor de verkeerde partij te juichen maar ook dat maakt niet uit, wan man man man wat heb ik een hoop pret gehad. Vanaf nu ben ik dus baseballfan.
De volgende ochtend vertrekken we weer uit Toronto en rijden we een stukje noordelijker naar Algonquin Park. Denk niet aan een park type Vondelpark, we hebben het hier over een park dat ongeveer net zo groot is als Nederland. Op het programma staat een kanotocht, maar als we het park inrijden blijkt dat dat waarschijnlijk niet door zal gaan. Dikke donkere wolken pakken zich samen boven ons hoofd, de wind trekt aan en de vogels vliegen weg. Wat begint als regen ontwikkelt zich tot een gigantische hoosbui en uiteindelijk komen er zelfs hagelstenen zo groot als druiven naar beneden. De chauffeur moet de bus stoppen want hij kan met geen mogelijkheid meer de weg zien en wij kunnen nauwelijks meer met elkaar praten door het keiharde kabaal van de hagel op het dak van de bus.
Naast regen en hagel is er nog meer hommeles, want er zijn serieuze tornado warnings. We stoppen de bus, gaan een bezoekerscentrum in en onze gids adviseert ons om vooral niet in de buurt van de ramen te komen. Voordat ik naar haar luister maak ik snel een foto door de ruit en inderdaad, een soort groot boos oog lijkt zich in de verte te vormen.
We wachten tot de ergste stom voorbij is en gaan dan weer de bus in richting onze laatste plek van overnachting: Deerhurst Resort. Een vrij groot resort hotel waar een paar jaar geleden de G8 Summit was, en dus onder andere Obama en Merkel een bed heeft geboden.
De volgende ochtend lijkt de lucht redelijk rustig. Maar, zoals de Canadezen graag mogen grappen, “if you don’t like the weather, just wait 10 minutes, cause it will be completely different by then.” Gelukkig blijft het droog dus we gaan weer in de bus en doen een tweede poging om te water te gaan.
En dat lukt. We kanoën over meren en rivieren, langs een waterval en tientallen beverhuizen en komen uiteindelijk weer terug bij het vertrekpunt. En dan is het echt bijna tijd om naar het vliegveld te gaan. We hebben een kleine twee uur over en vullen die met een bezoek aan een gigantisch winkelcentrum/outlet, waar ik niet meer koop dan een paar witte Vans. Zo beheerst. Half in slaap sukkelend komen we aan bij het vliegveld, gaan langs security en douane en schuiven dan zo het grote Air Canada-toestel in, waar ik op moment van schrijven dus zit.
Ik had veel verwacht van Canada en het kwam ook heel erg uit. De Niagara Falls zijn out of this world, Toronto heeft dezelfde warme blije vibe als San Francisco, de natuur is ongeëvenaard en de mensen zijn intens vriendelijk en hartelijk. Ik snap niet waarom ik nog nooit eerder naar Canada was geweest maar weet wel vrij zeker dat dit niet de laatste keer was, want het smaakt enorm en ontzettend naar meer. Veel meer.