PARIS DIARY
We hebben de eindbestemming van het mode-seizoen bereikt: Parijs. De avond voordat ik vertrok, werd ik gevraagd om te spreken over ‘powervrouwen.’ Nu vind ik de term ‘powervrouwen’ altijd best lastig. Ten eerste is elke vrouw krachtig (anders zou onze lieve Heer mannen hebben gekozen om negen maanden een baby te dragen) en ik denk dat vrouwen helemaal niet aan dat bijvoeglijk naamwoord hoeven te worden gekoppeld. Ten tweede impliceert het dat ik mezelf als een powervrouw beschouw en het is nu eenmaal een vrouwelijke eigenschap om dan automatisch alles op te sommen wat je denkt dat je niet goed doet in het leven.
Maar ik sta altijd open om een beetje te oefenen met wat ik predik en lessen te delen die ik heb geleerd (zoals deze) in de hoop dat iedereen een baan vindt waar ze net zo van houden als ik van de mijne hou. Maar goed, de dag na mijn toespraak ging ik naar de stad van het licht op het meest onchristelijke uur; 06:58 AM…
En op naar Parijs ging ik. Ik kan niet zeggen dat ik me niet een beetje nerveus voelde na de mislukte aanslag in de Thalys niet zo lang geleden. En toen de trein op het station aankwam, hoorde ik zo'n harde knal dat ik dacht dat het station zou instorten, maar absoluut niemand reageerde erop, dus negeerde ik het ook en stapte in mijn taxi. “Vingt-six Rue des Gravilliers, s’il vous-plait.”
Mijn tas gedumpt, een fiets gehuurd en op naar de showroom van Christian Louboutin. Als ik had gekund, was ik daar een eeuwigheid gebleven. Vanwege de schoenen (jongens, de slippers met de octopussen, de schoenen met de Lesage borduursels....), vanwege de tassen (ik heb een serieuze nieuwe concurrent voor mijn lijst. En weet je wat, die Louboutin tassen zijn een beetje betaalbaarder.) en vanwege de ingebouwde boudoir van een burlesque danseres die deze jaren collectie inspireerde.
Ik voelde me behoorlijk dorstig en dus ging ik naar La Société op het terras van Saint Germain. Gegrilde groenten, een fles Badoit, een Marie Claire Runway magazine (dat twee keer per jaar verschijnt) en de troostende herfstzon op mijn gezicht.
Na de lunch ging ik naar de showroom van Schiaparelli. Je weet wel, het couturehuis dat de kleur Schiaparelli Pink heeft uitgevonden. Een explosie van kleur met veel borduurwerk. Daarna sprong ik weer op mijn fiets en ging naar het Grand Palais voor de show van Barbara Bui, een van mijn favoriete labels. Ongelooflijke locatie, dat is duidelijk. En de Nederlandse schoonheid Romee Strijd was een van de meisjes die over de catwalk paradeerde.
Na de show mocht ik even backstage gluren, met een glas wijn in de hand (een bijproduct van de modeweek) en de dame du moment, Barbara Bui, interviewen. “Wat is je naam?” is iets wat ik een andere journalist haar hoorde vragen. “En wat is de naam van je merk?” Oh en ze eindigde dit award-winnende interview met deze laatste vraag: “En hoe spreek ik je naam uit?”. Arme Barbara.
Terug bij mijn fiets, ging ik naar mijn afspraak met mijn lieve vriendin, en mode directeur van de Nederlandse Marie Claire, Simone Dernee, met wie ik al talloze modehoofdsteden en weken heb afgehobbeld. We planden om even langs Merci te gaan (je weet wel, de Corso Como 10 van Parijs) en daarna iets te eten om de hoek.
Er was een privéfeestje bij Merci en na iets te zeggen als ‘we staan op de lijst’ stonden we een paar seconden later midden in het feest, met een glas champagne in de ene hand en een stuk Parmezaanse kaas in de andere. Ik kon het niet weerstaan om iets kleins te kopen (platte schoenen nota bene, ideaal voor de volgende dag) en toen gingen we naar Beaucoup voor een hapje. Geweldig eten met even geweldige wijn en toen naar het hotel voor een dutje. Ik hield mijn gordijnen open toen ik naar bed ging om te genieten van het pittoreske Parijse daken. Belichaamde de altijd betoverende Amelie.



