Conversation Piece Fun & Famous

Fun & Famous

Waarom vloeken goed voor je is

Toen ik ongeveer 14 jaar oud was, maakten woorden als ‘crap’, ‘f*ck’ of ‘shit’ deel uit van mijn dagelijkse vocabulaire. Mijn moeder was allesbehalve blij ermee, maar hey, ik was een tiener met totaal geen respect voor de regels.

Vorig jaar met Kerstmis stootte ik een kopje thee omver toen ik mijn nogal religieuze schoonouders bezocht en de eerste ‘holy shit’ was uit de zak. De stilte die volgde was zo ongemakkelijk dat ik bijna een ‘crap het is Kerstmis, gedraag je normaal voor gods sake en neem de naam van de Heer niet tevergeefs’ eruit spuugde, maar ik slikte het terug in en kwam met een meer christelijke ‘oeps, sorry’ terwijl ik recht in de ogen keek van de zeer religieuze grootvader van mijn vriend. “Ehm, fijne Kerst.”

We hebben op jonge leeftijd geleerd dat vloeken onbeleefd is. Dus waarom doen we het? Ik las onlangs een artikel in Quest waarin de Nederlandse journalist Anouk Broersma onderzocht waarom we de behoefte voelen om te vloeken. Hoe hard ouders en leraren ook proberen je te leren vloeken te vermijden, het lijkt onmogelijk om het volledig uit onze vocabulaire te bannen.

“Ga jezelf kokosnoot noemen”

Bovendien heeft vloeken volgens onderzoek in Amerika behoorlijk wat voordelen. Tieners kunnen vloeken gebruiken als een manier om zich te verzetten tegen ‘saai’ volwassenen (‘dit nummer is fucking geweldig!’) en volwassenen hebben een rijker vocabulaire dankzij scheldwoorden en gebruiken deze als een manier om aan te geven hoe serieus ze zijn over iets wat ze zeggen. “Mijn stuk stront auto is kapot!”

Of je je erna beter voelt is discutabel. Je auto zal er niet minder kapot door zijn, maar vloeken verlicht een beetje de negativiteit. Zoals het in mijn geval doet. Vooral als ik mijn pinkteen ergens tegenstoot. Anouk’s conclusie: We moeten accepteren dat scheldwoorden altijd zullen bestaan, maar laten we gewoon zorgen dat we elkaar blijven vertellen dat ze te hard zijn. Want we willen onze beschaving niet verliezen, maar tegelijkertijd werken die verboden woorden toch het beste.”

Er is een Nederlandse Unie tegen vloeken, die met ‘alternatieve versterkende woorden’ kwam, zoals ‘kokosnoot’. Hoe in hemelsnaam moeten we hiermee vloeken? Ga jezelf kokosnoot noemen? Kokosgat? Het woord ‘kokosnoot’ wordt pas cool wanneer kinderen gestraft zouden worden voor het gebruik van het woord en adolescenten het willen gebruiken. Ze zouden er geen kokosnoot om geven als dit niet het geval was, weet je.