hoe het allemaal zo gekomen is

Hoe-het-allemaal-zo-gekomen-is

Toen Jets post over hoe zij bij Amayzine terecht gekomen is online kwam, kwam het verzoek van een lezeres om dat van alle editors te lezen. Uw wens is ons bevel, dus daar gaan we: dit is hoe ik terecht ben gekomen bij Amayzine.

Als kind wilde ik altijd al “bij een tijdschrift werken”, net als de rest van mijn familie. Mijn opa, de vader van mijn moeder, was een grote tijdschriftenman (hij heeft onder andere Story bedacht, iets waar we minder trots op zijn) en was de directeur van VNU, dat nu Sanoma heet. Zijn dochter, mijn moeder, koos hetzelfde pad. Ze heeft ongeveer voor elk tijdschrift gewerkt en realiseerde uiteindelijk haar grote droom: het Franse ELLE naar Nederland halen. In het jaar dat ik geboren werd zag het eerste nummer van de Nederlandse ELLE ook het levenslicht, en mijn moeder bleef de eerste 7 jaar hoofdredacteur. Daarnaast zette ze ELLE Wonen, ELLE Eten en Santé op. En ja ik schep hier graag over op want ja ik ben daar reuze trots op.

Familiezaken

Ding is, tijdschriften maken zit dus in de familie en in het bloed. Als kind was ik altijd al bezig met verhaaltjes schrijven en op een gegeven moment maakte ik mijn eigen tijdschrift, de Hallo. Dat was een daverend succes. Ik zal toen 9 zijn geweest en tikte driftig verhalen over allerlei onzin, mijn vader printte die op zijn kantoor (hij was toen Hoofd Drama bij Endemol trouwens en bedacht en maakte Onderweg naar Morgen, Vrouwenvleugel en Goudkust) op gekleurd papier, wat ik mega cool vond. Met die grote stapel ging ik dan langs de deuren in de straat en voor 50 cent konden mensen een Hallo kopen, en voor 10 gulden een jaarabonnement. Wat een hartstikke goed deal was want er kwamen welgeteld twéé edities van de Hallo. Maar leuk was het wel. Schrijven bleef ik altijd doen, en toen ik in de 4e van het VWO een week snuffelstage moest lopen deed ik dat bij ELLE Girl. Het was tijdens die 5 dagen dat ik het echt zeker wist: dit is wat ik later wil, moet en zal.

Toen ik geslaagd was van de middelbare school schreef ik me in voor de studie Taal & Communicatie aan de UvA, en dat was een ramp. De studie was saai en stoffig en ik verveelde me dood, dus na een paar maanden al besloot ik dat dit het niet was. Ik werkte toen bij een evenementenbureautje en deed daar pr en productie, maar eigenlijk wilde ik voor ELLE werken. Op aandringen van een toenmalige liefde stuurde ik in mei 2008 wat stukken op naar info@elle.nl met de vraag of ik iets voor ze kon doen.

Er kwam geen gehoor. Oké, plan B. Terug naar de UvA.

Er kwam geen gehoor. Oké, plan B. Terug naar de UvA, ditmaal voor Nederlandse Taal & Literatuur. Een dag voor mijn eerste college in september kreeg ik een mail van Gijsje van Bentum, de toenmalige Chef Redactie, dat mijn mail was ondergesneeuwd en of ik niet toch langs wilde komen om te praten over een stage. Mijn eerste gesprek was met Gijsje en met Renske Hoff, op de redactie. Dat vond ik heel spannend want zoals gezegd; mijn moeder was de eerste hoofdredacteur en als kind ging ik vaak met haar mee naar de redactie. Zoals je wellicht weet is mijn moeder in 1998 overleden, dus terug gaan naar die redactie vond ik maar gekkig.

De droom van ELLE

Het gesprek vond plaats in wat nu “de witte kamer” heet en dienst doet als vergaderkamer, maar het was exact die kamer die mijn moeder gebruikte als kantoor. We kletsten honderduit en het was zo ontzettend leuk, en ik kreeg de opdracht om een proefopdracht te maken. In plaats van dat gewoon op een A4’tje te doen, heb ik een hele mini-ELLE gemaakt, compleet in hetzelfde lettertype en met dezelfde opmaak. Ik heb en had geen photshop of iets dus zat dat nachtenlang in Word in elkaar te pielen, totdat elk detail klopte. Zó graag wilde ik die stage. Op 30 september was de deadline en ik leverde het een dag van tevoren in, op 29 september. Een paar uur later al kreeg ik een telefoontje van Renske, dat ik was aangenomen en dat ze in geen jaren zo’n opdracht had gezien. 29 september is de verjaardag van mijn moeder, ik mag dan niet bekend staan als een emotioneel mens, toen werd ik dat wel een beetje.

Afijn, dit verhaal wordt weer veel te lang. Bij ELLE zijn was een droom die uitkwam en ik liep de benen uit m’n lijf om de beste stagiaire ooit te zijn. Kwam als eerste op kantoor, ging als laatste weg, zei altijd “ja” op alles wat van me gevraagd werd en had echt heel heel veel plezier. Mijn studie leed er enórm onder, want ELLE ging altijd voor. Ik zou drie maanden stage lopen maar dat werden er zes, dat werden er negen en uiteindelijk heb ik er bijna een jaar gezeten. Onbetaald ja, maar dat kon me niet schelen. Ik mocht fantastische producties maken, pagina’s vullen, artikelen schrijven en zelfs persreisjes maken. Renske was de beste stagebegeleider ooit, ging echt woord voor woord en zin voor zin aan me uitleggen waarom iets wel of niet goed was, en daar heb ik zó ontzettend veel van geleerd. En van Cécile, die me uitnodigde en meenam naar evenementen en me alle inside information van het vak influisterde.

Bij ELLE zijn was een droom die uitkwam en ik liep de benen uit m’n lijf om de beste stagiaire ooit te zijn

Uiteindelijk kwam toch het moment dat ik meer aandacht aan studie moest gaan besteden en dat het onbetaald werken niet meer haalbaar was. Mijn stage stopte, maar mijn relatie met ELLE nooit. Ik woon vlakbij de redactie en kwam bijna wekelijks nog wel over de vloer, was close met iedereen die er werkte en heb een jaar na die stage zelfs nog een zomer 3 maanden geholpen tijdens vakantiedrukte.

En toen…

Maar Nederlands was toen mijn hoofdtaak. Om geld te verdienen hing ik jassen op in Café Nol (Amsterdammers kennen dit), stond op evenementen voor Models At Work en werkte ik als freelance copywriter voor alles dat los en vast zat. Van Etos.nl tot Disaronno, en van Rob Peetoom tot de Bijenkorf. En ik schreef wekelijks een column voor I Love Fashion News, wat me in the end best wat heeft opgeleverd. Eenmaal afgestudeerd (dat heeft ongeveer 300 jaar geduurd) was ik op zoek naar een baan. Een echte. Als eerste mailde ik Cécile maar bij ELLE waren er toen allerlei ontwikkelingen gaande waardoor ze geen plek hadden. Toen heb ik iedereen gemaild die ik ken en in het vak zit met de boodschap dat ik zoekende was.

Het was zij die tegen me zei: ‘Je moet eens met May-Britt Mobach gaan praten, want die gaat iets leuks doen.’

Eén van die mensen was Peggy Weijergang, onze editor. Peggy was de eerste Chef Mode bij ELLE, een van de beste vriendinnen van mijn moeder en ik ken haar dus al mijn hele leven. Het was zij die tegen me zei: ‘Je moet eens met May-Britt Mobach gaan praten, want die gaat iets leuks doen.’ Ik kende May toen niet maar stuurde haar meteen een mail, waar geen antwoord op kwam. Want May zat in de afwikkeling van Marie Claire, had bardienst bij RTL Boulevard en begon dus net met Amayzine. Uiteindelijk kreeg ik antwoord, en een gesprek, wat me tot een tweede gesprek bracht. Ik moest een proefopdracht maken en daarna kwam het verlossende woord: of ik editor wilde worden.

Bedenk, Amayzine bestond nog helemaal niet, dus ik had geen idee wat me te wachten stond. Het bleek een speeltuin te zijn, waar alles kon en de sky the limit was en is, met een nieuwe beste vriendin (Jet) en de leukste collega’s die een mens zich maar kan wensen. Ik heb geen idee waar Amayzine ons nog allemaal gaat brengen maar we zijn allemaal erg vol van “world domination” en dat is ook precies hoe ik het voor me zie. En hopelijk lezen jullie allemaal mee.