category image

9 Dingen die uiteindelijk ongevaarlijk bleken te zijn

vrouw nerveus achter laptop

Vroeger was ik niet per se een heel bang typetje, maar ik had zo wel m’n angsten. Weinig daarvan waren echt gegrond hoor, maar ik vond ze destijds natuurlijk echte wereldproblemen. En van een aantal dacht ik toen ook oprecht dat ik m’n hele leven ermee moest dealen. Van die dingen waar je dan onwijs over kon piekeren en waar ik me nu precies nooit zorgen over maak. Geen idee waar ik het over heb? Lijkt me sterk, of ik ben echt de enige die de volgende 9 dingen vroeger écht best wel een dingetje vond…

1. Drijfzand is helemaal niet zo’n big deal als ik dacht
Misschien is deze angst wel begonnen toen ik voor het eerst The Neverending Story zag (waarbij het paard vast komt te zitten en ik alweer bijna kan janken bij het idee), maar ik had echt het idee dat ik in mijn leven véél vaker met drijfzand te maken zou hebben. Ik vond het ook heel belangrijk om te weten wat ik in zo’n geval zou moeten doen, want in mijn negenjarige hoofdje was de kans dat ik in deze situatie zou komen onvermijdelijk, maar de kans dat ik het niet zou overleven was ook aanzienlijk groot. Hoe vaak ik uiteindelijk in aanraking ben gekomen met drijfzand? Nul. Hoeveel nachten ik toch bezig was met me hierop voorbereiden? Heel. Veel.

2. De Bermudadriehoek is best makkelijk te vermijden en helemaal niet gevaarlijk
Zó fascinerend vond ik dit vroeger. Ik zag de Bermudadriehoek echt als een soort groot zwart gat dat alles om zich heen naar binnen zoog en niets levends naar buiten liet. Dat er gewoon vliegtuigen overheen vlogen geloofde ik niet. Of nou ja, geloofde… Ik bedacht me niet eens dat dat zo was. Dat was uitgesloten. De Bermudadriehoek was supergevaarlijk, buitenaards en we moesten er allemaal zo ver mogelijk uit de buurt blijven.

3. Dat docenten zeiden dat bepaalde wiskundesommen heel belangrijk zijn omdat je heus niet altijd een rekenmachine bij de hand zal hebben
*kijkt naar m’n telefoon*

4. Het lampje in de auto mocht absoluut niet aan
Je weet wel, dat lampje dat aan gaat als je de deur open doet. En ik bedoel dan niet dat het van mijn ouders niet mocht (wat ook het geval was), maar dat het gewoon een algemene regel was in het universum van autorijden: dat lampje mag niet aan. En elke keer als ik in het donker in de auto zat en ik moest iets lezen, dan moest dat héél snel want dat lampje moest weer uit. Overigens heb ik het één keer laten aanstaan en toen was gelijk de accu leeg van onze toenmalige Nissan Sunny (wat een topper). Dus deze angst is misschien wel een beetje gegrond.

5. Uitglijen over een bananenschil is waar je voor moet opletten
Dit kwam zó vaak voorbij in (teken)films en mensen gingen er zo knetterhard op hun smoel door. Dat moest mij niet gebeuren natuurlijk, en dus zorgde ik er wel voor dat ik die bananenschillen ontweek op straat. Is ontzettend goed van pas gekomen, die vier keer in mijn dertig jaar dat ik ze heb zien liggen.

6. Secondelijm is onverwoestbaar en daar moet je echt niet aankomen
Ja, wanneer je je vingers aan elkaar zou lijmen met secondelijm kwam dat dus nooit meer goed. Geen idee hoe ik dat verder voor me zag, maar hoe dan ook ging je dan je leven verder met aan elkaar geplakte vingers. Of je moest het lossnijden en dat was ook niet een heel relaxte optie. Secondelijm was, op drijfzand na, het gevaarlijkste waarbij je in de buurt kon komen.

7. Je handtekening moest áltijd precies hetzelfde zijn, anders was het strafbaar
Uren heb ik geoefend op m’n handtekening, want die moest en zou elke keer hetzelfde zijn. Want het was echt een gigantische big deal als je ergens je handtekening onder moest zetten en je viel door de mand doordat ze ongelijk waren. Spoiler: dat is dus geen big deal.

8. Over makkelijk te vermijden gesproken: in Chernobyl kom je ook niet snel
Het hele idee dat daar zoveel radioactiviteit was en dat waar die ontploffing was zó gevaarlijk is dat de enige foto die ze ervan hebben met een spiegel is gemaakt… Dat vond ik echt doodeng. Dus je kan daar nooit naar kijken zonder dood te gaan. Waarschijnlijk was het hele ‘je mág er niet direct naar kijken’ mijn grootste probleem, want dat wilde ik dan dus wel. Geen idee overigens waarom ik me vroeger druk maakte om Chernobyl, maar ik had het idee dat radioactiviteit wel eens erg lastig voor mijn generatie kon gaan worden.

9. Als je ooit in de fik komt te staan: stop, drop and roll
Dit is er zó ingeprent bij me dat ik me niet anders kon voorstellen dan dat iedereen wel een keertje in de fik kwam te staan. Zo van: je bent bijna volwassen en het is je nog niet overkomen? Dan heb je echt geluk, want bijna iedereen staat wel minstens één keer in z’n leven in de fik. En als dat gebeurt moet je weten wat je moet doen. Extra angst dat ik niet genoeg ruimte had om die rol goed genoeg te doen.